enka

In 1865 werd grondslag gelegd voor het huidige bedrijf 

(een verhaal uit 1965)

 

J.P. Bemberg A.G.

Van de hand van Viktor EIsaesser verscheen in twee van de laatste nummers van "Wir vom GIasnzstoff" een artikelenserie over de geschiedenis van "J. P. Bemberg Aktiengesellschaft". In het "gemenebest van ondernemingen" dat de AKU is, neemt Bemberg een bijzondere plaats in; het bedrijf produceert namelijk met de Italiaanse Bemberg S.A. als enige met de AKU gelieerde ondernemingen cuprozijden garens, ofte- wel "koperkunstzijde". Het wordt volgens het koper-ammoniak-procédê vervaardigd en toegepast in lingerie, sjaals, japonstoffen en vroeger vooral in dameskousen.De artikelenserie van EIsaesser vertelt vele bijzonderheden over de geschiedenis en over de ontwikkeling van dit bedrijf, dat min of meer bij toeval voortkwam uit een wijnhandel. Ruim twee eeuwen geleden kwam onder Johann Peter Bemberg een ververij tot stand. Eind vorige eeuw smolt het met drie andere ondernemingen samen tot J. P. Bemberg Aktiengesellschaft". Na moeizame voorbereidingen kon in 1908 gestart worden met de produktie van cuprozijde.

De schrijver verhaalt van de geschiedenis van Bemberg tot het eind van de twintiger jaren. Viktor Elsaesser besluit zijn serie met de opmerking, dat op dat tijdstip meer dan 10.000 mensen werkzaam waren in de zeven bedrijven van Bemberg. Het was een wereldconcern geworden.

image002

In bijgaand artikel gaan we wat dieper in op de geschiedenis van dit bedrijf, waarbij we ons laten leiden door de hand van EIsaesser. Ten zuiden van de reeks steden, die samen het stroomgebied van de Ruhr vullen, werd op 17 februari 1758 Johann Peter Bemberg geboren op de hoeve "Zum grossen Bemberg". Al generaties lang had daar het geslacht van die naam gewoond; het had zich door wijnhandel tot grote welstand gebracht. Ook Johann Peter was min of meer voorbestemd voor deze commercie. Als jonge dertiger verliet hij in 1792 de hoeve en begon in Elberfeld een eigen wijnhandel. Hij zocht echter mogelijkheden zijn zaak uit te breiden. In die tijd ontgroeide de textiel het handwerk en kwam in het industriële stadium. De produktie en omzet namen toe, waardoor ook de behoefte aan grond- en hulpstoffen groeide. Van deze ontwikkeling maakte de wijnhandelaar gebruik; hij begon verfstoffen en en katoen en linnen te verhandelen.

FRANKRIJK

Op een handelsreis naar Frankrijk om wijn in te kopen leerde Johann Peter Bemberg in Parijs een geheim Turks procédé kennen voor roodverving, een procédé dat in Frankrijk geïmiteerd werd. Bemberg dacht er hard over het ook in Duitsland in te voeren. Omdat de kleine hand-ververijtjes in het dal van de Wupper geen kapitaal en geen ruimte hadden voor vrij uitgebreide technische installaties, besloot de initiatief-rijke Bemberg een eigen ververij te beginnen. Het succes was zo groot dat zijn naam tot over de grens bekend werd. Na zijn dood in 1838 kregen zijn zoon Julius en zijn schoonzoon Friedrich Platzhoff de leiding van het groeiende bedrijf. Julius Bemberg overleefde zijn vader niet lang; Platzhoff kwam alleen aan de leiding en na diens dood bestuurden zijn zoons de onderneming. De oudste, Friedrich Adolf Platzhoff, bouwde in 1865 een nieuwe fabriek in Oehde. Dit bleek later het uitgangspunt te zijn voor het huidige bedrijf.

Door de opkomst van de teerverfstoffen kregen de Turks-roodververijen na 1880 met moeilijkheden te kampen. Dit was in 1897 voor Friedrich Adolf Platzhoff aanleiding om zich met een stukververij, een veredelingsbedrijf en een bontververij aaneen te sluiten; de naam van de nieuwe onderneming werd "J. P. Bemberg Aktiengesellschaft".

ENGELAND

Had de stichter van het bedrijf honderd jaar eerder een aantrekkelijke uitvinding uit Frànkrijk meege- bracht, nu kwam de stoot voor verdere ontwikkeling uit Engeland. Hier had ene Mercer voor het eerst katoenen stoffen met sterk natronloog zo glanzend gemaakt dat ze op zijde gingen lijken.

Het was een gelukkige omstandigheid, dat twee van de bedrijven waarmee de J. P. Bemberg Aktiengesellschaft gevormd was, de licentie op dit Engelse patent hadden. Dr. Ludwig Schreiner, de eerste directeur van het nieuwe concern, was echter niet tevreden met de toepassing van deze Engelse veredelingsmethode. Hij ontwikkelde een procédé, waardoor katoenen stoffen nog meer op zijde leken. Zijn uitvinding werd als "zijdefinish" toegepast, in Engeland onder de naam "Schreineriseren".

GLOEILAMPEN

Nog vóór de ontstaansperiode van de rayon, had de Duitse chemicus Schweitzer in 1857 een methode gevonden katoen op te lossen. Rond 1890 maakten Dr. Fremery en Johann Urban uit deze oplossing een bruikbare gloeidraad. Uit deze vinding werd de "Rheinische Glühlampenfabriek Dr. Max Fremery und Co." in Oberbruch geboren. Dit bedrijf vormde de kiem van de grootste Duitse kunstzijdeonderneming, de "Vereinigte Glanzstoff-Fabriken A.G.". Eind 1879 vroeg Dr. Hermann Panly op initiatief van Dr. Fremery en Johann Urban patent aan op een methode ter vervaardiging van een draad, geschikt voor textielwaren. Er werd een nieuwe firma opgericht voor de produktie van cuprozij. Het nieuwe produkt glansde dieper dan

Echte zijde, maar de draden waren nog niet fijn en soepel als zijde. Hierop wierp Bemberg zich door het

procédé verder te ontwikkelen. Het duurde nog lang voor men ver genoeg was.

image004Patent op het vervaardigen van cuprozij

ALS ECHTE ZIJDE

Rond de eeuwwisseling ontdekte men de mogelijkheid cellulose op te lossen tot viscose en hieruit kunstzijde te maken. Deze methode was goedkoper dan de vervaardiging van cuprozijde. Een andere ontdekking uit die tijd was het Thiele-procédé, dat 29 september 1900 gepatenteerd werd. Dr. Edmund Thiele, een jong chemicus in dienst van Bemberg, ontwikkelde een strek-spinproces, dat draden opleverde, fijner dan zijde; de hieruit geweven stoffen waren nauwelijks van echte zijde te onderscheiden. Hiermee was het doel van Dr. Schreiner in principe bereikt; er moest alleen nog een methode gevonden worden, die de fabrieksmatige produktie van deze draden mogelijk maakte. 

HORLOGEMAKERS

Er volgden enkele jaren met veel teleurstellingen en tegenslagen. De tijd drong, want de rentabiliteit van de stukververij en de Turks-roodververij zonk steeds dieper. Eerst in 1908 waagde men het in Oehde een klein produktiebedrijf in te richten voor de vervaardiging van cuprozijde. De oudere monteurs in Oehde beschouwden de montage van de sierlijke spinmachines als een horlogemakerkarwei De zijdeweverijen wilden overigens nog niet veel weten van het nieuwe prodrukt. Het was daarom een voordeel dat Bemberg de eerste klanten zogezegd in eigen gezin vond. Nieuwe weefmethoden werden ontwikkeld; deze leidden op hun beurt tot kwaliteitsverbetering van de cuprozijde-draad. In 1910 werden betere spinmachines geplaatst in het bedrijf in Oehde. De kleine spinnerij kon nu eindelijk met winst gaan werken en men zag de toekomst met vertrouwen tegemoet.

image006J.P. Bemberg vestigde zich in Oehde

NIEUW BEDRIJF

Na de eerste wereldoorlog begon Bemberg een grote spinnerij te bouwen in Rosenau; in 1919 startte de produktie. In dat jaar was de dagproduktie in Oehde nog slechts honderd kilo; twee jaar later maakten de twee bedrijven samen 3500 kilo per dag. Toch was het grote nieuwe bedrijf nog verre van volmaakt. Er viel nog heel wat te leren, maar de vraag naar cuprozijde was in stijgende lijn. De eigen bontweverij in Augsburg was niet langer de enige afnemer. De kwaliteit was nog niet naar de zin van de klanten. Technische moeilijkheden noodzaakten de bedrijfsleiding tot gehele verbouwing en wijzigingen. De directeur-generaal. die in 1918 de leiding over J. P. Bemberg A.G. had overgenomen, zag als belangrijkste taak het bedrijf tot een goed functionerende industrie te maken, opdat de cuprozijde op de groeiende markt een kans maakte. Ten aanzien van de gelijkmatige dikte en verfbaarheid stelde de kousenindustrie steeds hogere eisen. Dit alles vroeg om vergaande verbeteringen aan de machines en installaties.

BEMBERGKOUS

In 1922 werd begonnen met de bouw van een moderne fabriek in Oehde; twee jaar later vond de opening plaats. Hierop volgde een periode van opbloei; ook in het buitenland begon Bemberg zich thuis te voelen. Dochtermaatschappijen werden opgericht in Frankrijk, Italië, Engeland, Japan en de Verenigde Staten. Allemaal ten behoeve van de "Bembergkousen", die in het midden van de twintiger jaren de vrouwenhar- ten veroverden. De grote opbloei vond voor een deel zijn oorzaak in het feit, dat "koper. kunstzijde" door miljoenen vrouwen beschouwd werd als het ideale materiaal voor kousen. In die dagen werd het woord Bembergkous een begrip, ofschoon J. P. Bemberg A.G. in het geheel geen kousen maakte.

image008American Bemberg Corp.

NAAR V.G.F.

Hoewel de viscose-kunstzijde ( dus rayon) zich al een plaats had verworven in de kousenindustrie, vóórdat de cuprozijde zo ver was, de fijnheid, de stevigheid, de zijdeachtige glans en de wasbaarheid gaven ten slotte de doorslag voor de "Adlerseide" van Bemberg. Rayon-bedrijven zagen de ontwikkeling met lede ogen aan. Overeenkomsten die met betrekking tot de cuprozijde-produktie sinds 1916 bestonden tussen Bemberg en Glanzstoff, leidden er dan ook in 1925 toe, dat de meerderheid van de Bembergaandelen bezit werd van de V.G.F. Sindsdien is Bemberg te zien als en deel van de grote Glanzstoff-groep.

NAAIMACHINES

Veel Bembergers van de oude garde verlieten Barmen om in de buitenlandse bedrijven leidinggevende functies te gaan bekleden. De fabrieken in Barmen werden in die tijd ietwat stiefmoederlijk behandeld. In Oehde handhaafden zich de machines van model 1923 nog wel, maar het bedrijf in Rosenau, waar de oude "naaimachines" nog stonden, zag er verouderd uit in vergelijking met moderne fabrieken in het buiten- land. Ofschoon deze machines pas zes jaar draaiden, waren ze al zo aftands geworden, dat het bedrijf in Rosenau zou worden gesloten. De fabriek in Oehde daarentegen kwam voor uitbreiding in aanmerking; dit gebeurde in 1927 en 1928.

Met sprongen ging het aantal personeelsleden omhoog en naast een moderne nieuwbouw in Oehde voorzagen nu zes nieuwe bedrijven de wereld van Bembergs "adelaarszijde". Bemberg was een wereldconcern geworden.

Reparaties met planken en isolatieband...

Hoe groot de moeilijkheden wel eens konden worden, blijkt uit de volgende vertaling van een fragment uit een der artikelen van Viktor Elsaesser. Hij vertelt over de onvolkomenheden van het nieuwe bedrijf in Rosenau in 1921. .

"Hoe zag het er toen uit in de fabriek? Goedgemutst, omdat daags tevoren alles in orde was bevonden, kwam men meer dan eens 's morgens in het bedrijf en werd, als men in de spinnerij het machinepark bekeek, heel diep teleurgesteld.

Van de tien spinmachines liepen er maar acht. De ene was een roestige puinhoop, waarover de zuren druppelden. Van onder de tweede, die nog op de been was gebleven, kropen zwarte en vuile meesters en voorwerkers te voorschijn; ze hadden immers de door zuren half weggevreten voetstukken van de machines met planken en isolatieband gerepareerd. Oog in oog met zo'n debacle kwam er spoedig eentje aandraven met een andere Jobstijding. Een derde machine moest stopgezet worden, omdat de haspels met horten en stoten verder draaiden. Daardoor ontstonden zeer grote dikte-afwijkingen. De bronzen tandkoppelingen waren voor ons bedrijf niet geschikt. Reeds na veertien dagen waren nieuwe koppelingen door de zuren zodanig aangevreten, dat ze onvoorstelbaar rammelden. Klanten reclameerden; ze schreven dat ze niet - zoals besteld - garen van 120 denier, maar adelaarszijde van 90 of 140 denier hadden ontvangen."

Wuppertal

In 1929 werden de steden Elberfeld, Barmen, Ronsdorf, Kronnenberg en Vohwinkel met nog een aantal kleinere plaatsen samengevoegd tot de grote nieuwe stad Wuppertal, die gelegen is aan een grote "kronkel" in de Wupper. Bijgaand kaartje is gemaakt aan de hand van "Andrees Allgemeiner Handatlas" (zevende druk, 1921) die we er op hebben nageslagen. Het geeft dus de situatie weer van ongeveer tien jaar vóór de samenvoeging,.

image010

Elberfeld en Barmen waren in die tijd al belangriike industriesteden van 168.000 respectievelijk 188.000 inwoners (cijfers van 1925). De industrie in Wuppertal is geconcentreerd in het westen van Elberfeld, het oosten van Barmen - waar ook de

buurtschap Oehde ligt - en in het smalle stadsdeel tussen deze twee kernen. De oude, enge en bochtige centra van Barmen en Elberfeld liggen zo'n zes kilometer uit elkaar. Ruim zestig jaar geleden werd over het dal van de Wupper een 13,4 kilometer lange monorail aangelegd, waarlangs zich een "hangende trein" voortbeweegt.

De geboorteplaats van Johann Peter Bemberg ligt ongeveer vijftien kilometer benoorden Wuppetal.  

image012Bemberg beperkt zich tegenwoordig niet meer tot de produktie van koperkunstzijde; deze foto toont een deel van een Perlonfabriek.

 

Verhaal uit de spindop van 1965.

© 2016 Historisch Museum Ede. All Rights Reserved.

Design: @Magic