enka

Jhr. J.M. v.d. Bosch in zijn Edese tijd (Een verhaal uit 1947)

1919 - De Heide "Schraaljammer"

1947 - De grote, alombekende "Enka"-fabriek..

Welk een verandering in deze nog geen 30 jaren! Eerst een onvruchtbaar, ongelijkmatig brok heide (de naam Schraal- jammer, door de volksmond er aan gegeven, duidt dit reeds aan), aan een zijde begrensd door de spoorlijn Arnhem--Utrecht en verder omzoomd door dennenbossen, eikenhakhout enz., een stuk natuurschoon, waar de toen nog enkele omwonenden op mooie zomeravonden een wandelingetje maakten. Thans werkplaats, waar duizenden hun bestaan vinden, die indirect aan veelvouden daarvan werk verschaft en waarin gedurende het gehele etmaal in plaats van de vroegere rust een grote bedrijvigheid heerst.

Onwillekeurig gaan, nu Ede jubileert, mijn herinneringen terug naar 1 October 1919, toen ik met de Heren de Jongste, FijIstra en Peverelli op het inmiddels aangekochte Schraaljammer voet aan wal zette.

Wij stonden nog een beetje onwennig daar, want weliswaar had Dr. Hartogs ook het Parkhotel gekocht en zouden wij daar ons kantoor installeren, maar daarvoor waren toch ook nog tafels, stoelen, kachels enz. nodig en die moesten wij eerst zelf nog kopen. 

image002Grondwerkers in 1919

image004Spantenbouwers in 1919/1920

In die tijd namelijk beschikten wij nog niet bij de Enka over specialiteiten op alle mogelijke gebieden en deden dus alles maar zo wat zelf. Het ging nog heel gemoedelijk toe. Wij  woonden allen nog in Arnhem, kwamen per trein naar Ede, stapten meestal aan, de verkeerde kant uit de trein, want dan behoefden we niet om te lopen (nietwaar, de Jongste?) en onze toenmalige "keetjongen", nu meer bekend als onze waardige chauffeur met blauwe jas, Ketting, zorgde voor broodjes met kaas en een kop koffie tussen de middag en verder was het maar zaak om zo gauw mogelijk de fabriek te bouwen.

image006De spanten van een fabriekshal Nu beschikte Dr. Hartogs over een belangrijke hoeveelheid stuwkracht, hetgeen ons wel eens zorgen baarde, want, wanneer hij vandaag besloot tot de bouw van een fabriek, dan zag hij liefst morgen al metselen en overmorgen machines monteren en dat nu was wel eens een beetje moeilijk. In dit geval speciaal, omdat eerst nog de hele heide moest worden afgegraven en geëgaliseerd. Dit geschiedde daarom dan ook maar in drie ploegen, zodat hieraan dag en nacht werd ,doorgewerkt. De ouderen onder onze mensen in Ede zullen zich nog wel herinneren het fantastische beeld 's avonds en 's nachts van die zwoegende gravers onder het licht van grote booglampen. De daarvoor nodige stroom, tussen twee, haakjes, werd door ons zelf opgewekt middels een provisorische, op de heide opgestelde installatie.

Intussen rolden voortdurend spoorwagons binnen met kapspanten, hout enz. enz. en werden enige miljoenen metselstenen aangevoerd van de Wageningse  haven. Dit geschiedde toen nog uitsluitend met paard en wagen. Onderweg viel er nog wel eens een baksteen van deze wagen af en kwade tongen beweren, dat er onderweg een paar huisjes gebouwd zijn van de op deze wijze verloren stenen.                                     

image008Het metselen van de buitenmuren Er waren nog van die speciale zorgen te overwinnen, want in Ede zelf stond lang niet iedereen sympathiek tegenover deze nieuwe fabriek. Toen ik bijv. eens een bezoek bracht aan een polderautori-teit, om zijn medewerking te vragen voor maatregelen ten behoeve van de waterafvoer, kreeg ik ten antwoord, dat hij ons zoveel mogelijk zou tegenwerken, in de hoop, dat die fabriek er toch nog niet zou komen. Dit was dus meer eerlijk dan prettig gezegd. Ook in de plaatselijke pers verschenen allerlei ingezonden stukken, waartegen wij ons dan weer dapper verweerden, maar in onze jeugdige onbekendheid met journalistieke gebruiken brandden wij daarbij ook wel eens onze vingers.

Op de plaats waar nu het kantoor van de autodienst is, stond toen een exportslagerij (het daarbij behorende woonhuis bestaat nog). Ook dit complex kochten wij en verplaatsten toen ons kantoor daarheen, nadat ons personeel wat talrijker was geworden.

image010Een groep metselaars

De Heer Foeken zal zich nog wel herinneren hoe hij zijn eerste magazijn inrichtte in de schuur van deze slagerij.

image012Het huis van de exportslachterij (vermoedelijk)

Alles bij elkaar was het een gezellige tijd en konden wij het best met elkaar vinden. Helaas zijn enkele van hen heengegaan. Ik denk daarbij in de eerste plaats aan den Heer Kahané, die na zijn gevangenneming door de Duitsers niet terugkeerde en aan den Heer Peverelli, die inmiddels overleden is. Er moest voor zoveel tegelijk gezorgd worden: fabrieksbouw, huizenbouw, huizenaankoop, watervoorziening, water- afvoer enz. enz., doch dit was alles opbouwend werk en in zo’n periode is de stemming meestal goed. Wanneer ik van tijd tot tijd eens in Ede kom, zie daar mensen rondlopen, die nog tot de ouderen behoren en het zilveren jubileum achter de rug hebben en die toen als jonge timmerlieden; metselaars,grondwerkers aan die bouw medewerkten, dan voel ik me onwillekeurig nog door de herinneringen uit die tijd meer tot hen aangetrokken en dan denk ik aan die periode, toen wij allemaal samen maar één doel hadden: het totstandbrengen van die ene grote fabriek.  

Hierbij wil ik niets te kort doen aan hen, die later gekomen zijn, maar ik laat het met gerust vertrouwen over aan anderen, om daar nu eens over op te snijden. Allemaal samen hebben wij van Ede een goede fabriek gemaakt, die met trots mag terugblikken op het-geen in 25 jaar gepresteerd is, Moge het zo blijven!  

Jhr. J.M. van den Bosch, Ede, 1947.

© 2016 Historisch Museum Ede. All Rights Reserved.

Design: @Magic