enka

De Internationale Spinpot Exploitatie Maatschappij

image002HET IS EEN OPEN VRAAG hoeveel AKU-medewerkers weten wat een spinpot is. We hebben een poos geleden een artikel gewijd aan de spindop ter beantwoording van een informatie van een onzer, die luidde: "Ons huisorgaan heet de Spindop, maar na acht maanden dienstbetrekking bij de AKU weet ik nog steeds niet wat dat voor een ding is."

Uiteraard is het niet wel doenlijk artikelen te wijden aan de duizend en één onderdelen van de onderscheiden  productieprocessen bij de AKU, gesteld, dat de directie al toestemming zou ver- lenen tot openbare behandeling. Maar toch zijn er nog vele zaken, die in aanmerking komen uit de beperkte kring van specialisten uitgetild te worden en op het podium geplaatst voor een bredere schare belangstellenden uit onze bedrijven en kantoren. Dat onze aandacht op de spinpot werd gevestigd vindt zijn oorzaak in de viering deze zomer van het zilveren jubileum der Internationale Spinpot Exploitatie Maatschappij te Doetinchem. Het bestaan van deze dochteronderneming van de AKU was Uw redacteur tot op dat tijdstip onbekend gebleven, hetgeen, tot zijn beschaming moet worden opgemerkt, niet pleit voor de journalistieke neus en evenmin voor de mededeelzaamheid der des- betreffende insiders.

En dat, terwijl de spinpot, naast de spindop, tot de belangwekkendste onderdelen van het rayonproductieproces behoort. Beide zouden met enige fantasie te vergelijken zijn met hart en longen van het menselijk organisme.

De spinpot is n.l. de vergaarbak van het vers-gesponnen rayongaren; de opeenhoping van "levenskracht", waarop de AKU haar gezondheid bewaart.

image004De ingewikkelde binnenkant van de spinpotmotor: Het wikkelen der spinpotstatoren

De natte rayondraad wordt vers van de spindop via een draaiende glazen schijf en een langzaam op en neer bewegende glazen trechter in de snel roterende spinpot geleid. Deze pot draait in een tempo van 6000 tot 7200 toeren per minuut om de eigen as en de middelpunt- vliedende kracht doet het garen keurig tegen de wand van de spinpot vliegen, waar het netjes en alrede getwijnd "opgeslagen" wordt. Dit garenlichaam wordt "koek'" geheten. Men zou de spinpot dan ook de koektrommel mogen heten, ware het niet, dat dit woord wat al te ver van het spinproces verwijderde beelden oproept. In elk geval is het wel duidelijk, dat de spinpot, waarvan er duizenden in onze bedrijven rondtollen, van een perfecte structuur moet zijn wil de niet uit de koektrommel verdwijnen. De spinpot wordt aangedreven door een electromotor en deze motoren moeten allemaal een gelijk tempo ontwikkelen, wil een bepaald soort garen de juiste twijn krijgen en de kwaliteit van de koek superieur blijven. De motor is dan ook het belangwekkendste element van de spinpot.

Dat onze bedrijven dan ook precies willen weten wat voor spinpotten er in gebruik worden gesteld, ligt voor de hand. Want de precisie dezer instrumenten is van levensgrote betekenis.

 

Echter ook de gelegenheid om te experimenteren moet er zijn. Veranderen en verbeteren, toepassen van nieuwe vindingen, het uitdokteren van de juiste materialen enz. enz. dat zijn altemaal aangelegenheden die men 't liefst zelf onder controle houdt. Zo werd in Juni 1928 besloten, dat de N.V. Internationale Spinpotexploitatie Maatschappij zou worden opgericht door de N. V. Enka en de N. V. "De Vijf", een fabriek van electromotoren te Doetinchem.

Prompt enige dagen na dit besluit vloog "De Vijf" in brand en liet een volmaakte ruïne na.

Wat te doen? Die vraag heeft niet lang bestaan. Twintig dagen later werd besloten de N. V. I.S.E.M. toch op te richten en aan de slag te gaan.

Wij moeten echter nog enkele jaren teruggaan in de historie. Want het begin lag in het contact tussen de heer Van Schaik (de huidige president- directeur van de AKU) en de heer Hofstede Crull, toenmaals directeur van de N. V. "De Vijf". Wij hadden n.l. een speciale electromotor nodig voor onze spinpotten en de heer Hofstede Crull had er wel oren naar op het voorstel van de heer Van Schaik in te gaan en deze motor te ontwerpen.

In onderlinge samenwerking werd geëxperimenteerd. Een motor kwam tot stand die aan de destijds gestelde eisen voldeed. Het ding, 85 cm hoog, had de vorm van een kalkoven en werd ook prompt zo genoemd.

Maar wie zou de motor in de handel brengen? Noch "De Vijf" noch de Enka was daartoe gerechtigd en zo werd de I.S.E.M. geboren met de doelstelling de handel in spinpotmotoren en verdere machinerieën voor de kunstzijde (later rayon) fabricage uit te voeren. Uiteraard in de eerste plaats ten dienste van de AKU en haar binnen- en buitenlandse nederzettingen.

Directeur werd de heer Hofstede Crull.

Vijf en een half jaar heeft de N.V. I.S.E.M. dienst gedaan als verkoopkantoor van spinpotmotoren, n.l. tot 27 December 1933. In deze periode zijn de resultaten van experiment en onderzoek aanmerkelijk verbeterd. Uit de kalkoven kwam "klein H. C.", H. C. P. of baby te voorschijn en tenslotte ontstond de V. L. O. Dit motortje was inderdaad een vlo in verhouding tot de eerste "kalkoven".

Het stanzen van stator en rotorblik voor spinpotmotoren

In 1932 als gevolg van de crisisomstandigheden liquideerde "De Vijf". De N.V. I.S.E.M. nam het bedrijf over. Voortaan zou de maatschappij niet alleen de handel verzorgen, maar tevens de f abricage van spinpotmotoren ter hand nemen. Bedrijfs- leider werd de heer Geerling, die al spoedig het aantal medewerkers van 6 op 22 bracht, onder wie 4 thuiswikkelaarsters.

In 1935, wederom onder de druk der economische situatie, liep het aantal terug tot 7. In 1936 werd het dieptepunt bereikt en het leven van de I.S.E.M. hing weer aan een zijden draad.

In 1937 liep de lijn weer sterk omhoog. De zomer van dat jaar ging in met 32 medewerkers. De productie steeg tot 3716 spinpotmotoren, een cijfer dat in 1938 verhoogd werd tot 5690 spinpotmotoren, waarvan de Amerenka het leeuwenaandeel betrok. Helaas viel een schaduw over het bedrijf toen op 8 September 1938 de onversaagde directeur, de heer Hofstede CruII, overleed. Hij was de man geweest, die in de moeilijke jaren met moed en volharding van doorzetten wist, bijgestaan door de presidentcommissaris Ir St. van Schaik.  

 

Na het overlijden van de heer Hofstede CrulI werd de leiding in handen gelegd van Ir Lubberhuyzeu en Ir Herckenrath. De laatste nam na het vertrek van de heer Lubberhuyzen in 1939 de leiding over. De eerste oorlogsjaren werkte de I.S.E.M. vrij regelmatig door. Export was natuurlijk uitgesloten, maar de AKU bleef geregeld afnemen en ook aan derden werd geleverd. Na 1943 tot de bevrijding ondervond de I.S.E.M. de ellende van bezetting en krijgsverrichtingen. In de week van 19-25 Maart werd Doetinchem gebombardeerd, waarbij onze medewerker, Nico Brugman, het leven verloor. De I.S.E.M. kreeg geen directe inslag te verduren, maar er was veel schade aangericht aan ruiten en dak. Bij de bevrijding toonde de fabriek dan ook een geduchte ravage en de machines stonden bloot aan de inwerking van regen en wind.

Begin April werd met herstel en ordening begonnen. Het personeel keerde geleidelijk terug en toen Arnhem bevrijd was stond de I.S.E.M. klaar aan de wederopbouw en het in bedrijfstellen van de zwaar beschadigde AKU-complexen mee te werken. Het machinepark kon worden uitgebreid, de pro- ductie opgevoerd, ondanks het aanvankelijk tekort aan geschoolde krachten en geschikte materialen. Daar echter het fabrieksgebouw nog steeds provisorisch was hersteld, de machines 's avonds met zeildoek tegen lekkage moesten worden beschermd en sommige muren in de stutbalken stonden om in- storten te voorkomen, werd overwogen een nieuw onderdak te zoeken. Dit werd te Breda gevonden in samenvoeging met een andere machinefabriek, eveneens een dochteronderneming van de AKU.

De directie van de I.S.E.M. zat echter ook niet stil en bekeek de zaak van de economische kant. Besprekingen werden gevoerd en de financiële zijde gewikt en gewogen. De I.S.E.M. moest daarbij rekening houden met een verbouwing van f 40.000,-.

En Doetinchem behield de voorkeur en de I.S.E.M. bleef nogmaals behouden. De bedrijfsresultaten stel den de strijders voor het behoud van de fabriek te Doetinchem in het gelijk. De spinmotoren blijven uit de Achterhoek komen.

Op 1 Februari 1951 verliet de eerste medewerker als gepensionneerde de dienst. Het was de bedrijfsleider, de heer J. Geerling, de man die van het begin af mede geëxperimenteerd had aan de eerste spinpotmotoren.

Thans gaat de I.S.E.M. met zijn staf aan leiders en medewerkers onder directeur Herckenrath de volgende kwarteeuw tegemoet, gesterkt door de beste wensen voor vrede en voorspoed die ter gelegenheid van het zilveren jubileum van talrijke zijden zijn uitgesproken.

image012

 

Foto's van boven naar beneden:

  1. Hoog bezoek bij de l.S.E.M. ter gelegenheid van het zilveren fabrieksjubileum. De Heer Van der Vegte legt een der nieuwste machines uit aan de heren Jhr. Van den Bosch (links) en de heren Sanders en Ploeger (rechts)
  2. Het draaien van hulzen voor spinpotmotoren
  3. Gedeelte van de fabriekshal met rechts op de voorgrond een tafel met gewikkelde spinpotstatoren
  4. Het instellen van te fraizen schroefwielen
© 2016 Historisch Museum Ede. All Rights Reserved.

Design: @Magic