enka

Rapport over de oorlogsjaren (sept. 1946)

Fabriek Ede in de oorlogsjaren.

Het rapport, dat u hierbij wordt aangeboden, heeft de bedoeling om de meeste belangrijke gebeurtenissen in en bij de fabriek Ede tijdens de oorlogsjaren 1940-1945 vast te leggen. Het is daarom gesplitst in een gedeelte, dat direct in verband staat met de fabricage en een deel, waarin de bijzonderheden die zich in die jaren hebben voorgedaan, zijn opgenomen. Teneinde niet in herhalingen te vervallen, moge hier worden verwezen naar een rapport, dat schrijver dezes destijds heeft gemaakt over hetgeen in de eerste oorlogsdagen in mei 1940 in de fabriek Ede is geschied. Daarover zal hier worden gezwegen. Wanneer wij dan in eerste plaats een overzicht geven van de voornaamste verbeteringen, uitbreidingen en moeilijkheden op technisch gebied, dan dienen de volgend punten naar voren te worden gebracht:

 

Chemisch bedrijf.

Na zeer uitgebreide proefnemingen met een groot model mengtrommel en roerketel, met roerwerken van verschillende constructies, werd besloten tot het installeren van een geheel nieuwe mengkamer en roerkelder in het torengebouw zuidwest, modern ingericht met transportbaan voor de witte kruimels, met dwarsbanen voor de verdeling over de verschillende mengtrommels. Door grote stagnatie in de aflevering van de onderdelen van de ze installatie kon de afwerking maar zeer langzaam voortgang vinden, zodat aan het einde van de oorlog nog slechts een gedeelte, gereed was. In de maalkamer is aan de molens een grote verbetering aangebracht, doordat om de tandwielen geheel gesloten oliekasten zijn gebouwd. Niet alleen wordt de slijtage daardoor zeer verminderd, doch ook het lawaai is nu nog zeer gering. Het zesde cerinitoestel werd geplaatst en in bedrijf genomen. Nadat eerst een kleine dyaliseertoestel, systeem Barneveld Kooy, als proef werd geplaatst, hebben wij later een groter exemplaar aangeschaft, dat echter door omstandigheden nog vrijwel niet in bedrijf genomen kon worden. In de perskamer werd, ter besparing van de moeilijk te verkrijgen persplaten, het drenken in 7 korven i.p.v. 8 en elke korf met 7 vakken i.p.v. 10, ingevoerd. Op het product heeft dit geen nadelige invloed gehad. Veel moeite hebben wij ondervonden met de toepassing van vervangingsmiddelen (hydrol) van de olie voor de hydraulische persen, waardoor een sterke aantasting van de plunjers optrad, terwijl veel lederen manchetten werden verbruikt, die op zichzelf reeds heel moeilijk waren te verkrijgen. Eindelijk werd ons in mei 1944 weer voldoende olie toegewezen, waardoor wij weer tot normale toestanden kwamen. Gebruikten wij tot dusverre uitsluitend natronloog, bereid uit caustische soda, het werd wenselijk om ons ook in te richten voor het gebruik van elektrolytloog, dat hier te lande door de fabriek te Linne Herten werd geleverd. Daartoe werden drie loogtanks, elk 250 cbm. gebouwd en, van de nodige pompen voorzien, in gebruik genomen.ln de mengkamer werd een elektrolytisch Guldager toestel in gebruik genomen, waardoor de aantasting der mengtrommels door het tempereerwater zeer krachtdadig werd bestreden.

 

Spinnerij en nevenafdelingen

Tijdens de oorlogsjaren kwamen de 15 nieuwe spinmachines gereed, die in eigen bedrijf voor de fabricage van sterke garens (tenax naaigaren en bundenzijde) werden gebouwd. Deze machines bleken een succes te zijn en voldeden geheel aan de gestelde eisen. Ze waren voorzien van inrichtingen voor warmwatercirculatie voor het terugwinnen van verlieswarmte van het afvloeiende warme water. Alle spinmachines werden voorzien van velddraadgeleiders wat ik met bijzondere vreugde vermeld, omdat het hierbij gaat om een uitstekende verbetering, die door een bankwerker is voorgesteld en door de opmerkingbus is bekend gemaakt. De ramen en vensters van der C, D, en E rij werden bijna allen vervangen door raamloze securitvensters, waardoor veel minder breuk, minder onderhoud en een veel netter geheel werd verkregen. Bij één der spinmachines werd de helft bekleed met vinidur. Door de oorlogsomstandigheden kon deze evenwel nog niet in bedrijf worden genomen. Niet slechts werden de paden tussen de F-rij machines met tegels belegd, doch ook onder die machines werd de betegeling gereedgemaakt. In de zuurkelder werd een 5e zuurfilter geplaatst. De indampcapaciteit werd zeer belangrijk verhoogd door de plaatsing van voorindamptanks op de bestaande indamptanks. De nevenafdelingen zijn in de oorlogsjaren op uitgebreide wijze onder handen genomen. Zo werd de filterwasserij geheel nieuw ingericht en gereorganiseerd. Ook de doppenafdeling, de naaikamer, de spinpompenafdeling, de instrumentmakerij en de glasblazerij werden geheel vernieuwd en ten dele verplaatst. Hierdoor werd een goed werkend en zeer overzichtelijk geheel verkregen. Ook werd een verandering in de arbeidsverdeling doorgevoerd. De oude werkwijze bestond hieruit, dat voor de spinnerij één losploeg was en de functies dradenrapen, naruilen, tussen ruilen en schoonmaken geheel apart hiervan stonden. Bij de nieuwe werkwijze werd de spinnerij in 4 vakken verdeeld. Elk vak kreeg een losploeg, een naruiler, een dradenraper, en een schoonmaker toegewezen, wier functies om de 4 uur wisselden. Het gevolg hiervan was dat de losploeg veel nauwkeuriger en netter werkte, daar lossers anders in hun andere functies meer te doen kregen. Deze wijziging gaf een frappante verbetering in de netheid van de spinnerij en tevens werd een grotere nauwkeurigheid bij het spinnen betracht.

 

Persbleek

In deze afdeling zijn in de oorlogsjaren grote verbeteringen aangebracht, waarbij in de eerste plaats genoemd moet worden de installatie voor terugwinning van de zwavelkoolstof uit de van de spinnerij komende spinspoelen. De eerste der drie aluminiumketels kwam op 24 juni 1940 in bedrijf, de tweede op 22 november 1940 en de derde in juli 1941. Deze installatie is van het begin af aan een groot succes geweest en van zeer belangrijke economische betekenis. Sedert de inbedrijfstelling werden enige noodzakelijk gebleken wijzigingen en vooral vereenvoudigingen aangebracht, waarna de installatie aan de hoogste eisen voldoet. Het rendement der installatie is gemiddeld 98% en dus zeer hoog te noemen. Van de totaal gebruikte zwavelkoolstof, waarvan tijdens het spinnen een grote hoeveelheid in de gassen verloren gaat, winnen wij tenslotte nog 50% terug. Als direct gevolg van de terugwinning van de zwavelkoolstof kon een belangrijke vereenvoudiging in het wasproces van de zijde worden aangebracht, doordat een aantal baden overbodig werd. Hierdoor was het mogelijk een betere volgorde van de overige baden in te richten wat anders niet zonder een ingrijpende verbouwing van de gehele bleekinstallatie mogelijk zou zijn geweest. Het verhoogde bordes voor de opstelling van de volumebakken werd tot het eind der bleekpassage doorgetrokken. Daartoe moest het gebouw verhoogd worden, waarvoor ook het ijzerconstructiewerk geheel door onze werkplaatsen werd uitgevoerd. Voor het sterken van kunstzijde werd het tot dusverre gebruikte lijnolie-benzinesterkse, dat reeds aan het einde der bleekpassages aan de zijde wordt toegediend. Enige wijzigingen in deze passage waren daarvoor nodig. Ook voor de toevoeging van hortol aan de zijde werd een speciale installatie ingericht. Een groot model scheiblerfilter werd met succes in bedrijf genomen en voldoet in alle opzichten goed. In alle bevochtigingketels werden de met lood bekleden vloeren vervangen door zuurvaste stenen vloeren, waardoor een grote partij zo dringend nodig lood vrij kwam.

In de spoelendrogerij werden droogkasten verlengd door het doortrekken van deze naar en verbinden met de vroegere conditioneerkasten. Hierdoor werd de droogcapaciteit daarvan verdubbeld. In de oorlogsjaren nam de productie van G.K. (gesneden kunstzijde) (dit is ongetwijnde kunstzijde, die door het afsnijden van de spinspoelen ontstaat en daarna nog één of tweemaal wordt doorgesneden) geweldig toe. Deze productie beliep in 1941- 600.000 kg, in 1942 - 910.000 kg, in 1943 - 1.033.000 kg en in de eerste 7 perioden van 1944 - 987.338 kg. Een speciale afsnijderij werd hiervoor ingericht.

In het begin werd de G.K. in de spoelendroogkanalen gedroogd, doch na het stopzetten van de melkwolfabriek werd dit in de daarvoor bij uitstek geschikte kieferkanalen gedaan.

 

Twijnerij

In de twijnerij vonden in de oorlogsjaren vele veranderingen plaats. Van de M-rij, die uit oude drie etagemachines bestond, werden 18 machines geheel omgebouwd, zo, dat deze machines slechts twee etages behielden, die geschikt waren voor het twijnen van grote wikkels. De 19 LL 4- Mamaltwijnmachines van de G-rij werden ook geheel gewijzigd in dien zin, dat de bovenste etage omhoog werd gebracht, zodat zowel deze als de onderste etages geschikt werden gemaakt voor grote wikkels. Voor deze grote wikkels werden nieuwe wagens, gootjes, houten- en later metalen twijnklossen in gebruik genomen.

De crêpetwijnerii werd zodanig uitgebreid, dat we de beschikking kregen over 56 Rieter Ring twijnmachines. De laatst geleverde 12 machines werden door ons eigen personeel geheel gemonteerd, daar een Rietmonteur niet meer naar ons land kon komen. De bestaande crêpe-stoomkasten werden vervangen door vacuümketels, waarmee, volgens een door ons ontwikkeld

nieuw procédé, de crêpezijde op een betere en meer economische wijze behandeld kan worden. Ter bekleding van de tot de Rietermachines behorende drukrollen met leer werden een paar speciale machines in gebruik genomen, t.w. een kalander en een schuurmachine. De Barmag leverde ons een tweetal dubbel twijnmachines waarmee wij velen proeven hebben gedaan. Deze machines waren voor een belangrijk gedeelte van imitatiemateriaal (veel kunsthars) vervaardigd, die tegen de eisen niet bestand bleken te zijn. Reserve onderdelen konden niet meegeleverd worden, zodat wij de machines weer moesten stopzetten.

 

Sterkerij

De sterkerij moest worden stopgezet, omdat de nodige lijnolie niet meer geleverd kon worden.

Zoals we hierboven reeds bij de persbleek hebben vermeld, werd daarna een ander sterksel toegepast, dat het grote voordeel heeft, dat het reeds in de bleek op de zijde kan worden gebracht. De behandeling der zijde wordt daardoor belangrijk eenvoudiger. (In de oorlogsjaren werd van de droogkasten der sterkerij een uitgebreid gebruik gemaakt voor het drogen van groenten en vruchten voor ons personeel. Dit geschiedde ook voor de officieren, die in Duitsland krijgsgevangen zaten. In de crépevacuümketels, die daarvoor bij uitstek geschikt waren, werd veel eigen verbouwd tabak gedroogd en gefermenteerd.)

 

Krimperij

De krimperij werd totaal omgebouwd en geschikt gemaakt voor zeer belangrijke uitbreiding van de weefzijdeproductie. Twee, volgens geheel nieuwe principes werkende, droogkanalen werden hier als proef opgesteld. De vele daarin gedane poefnemingen moeten aantonen of de overige nog te bouwen droogkanalen volgens deze constructie doelmatig zullen moeten worden uitgevoerd. Deze proeven zijn nog niet afgelopen. Nieuwe klossen apparaten voor de grote wikkels werden opgesteld en in gebruik genomen.

 

De overige textiele afdelingen.

Een mijlpaal in de geschiedenis van onze fabriek mag het stopzetten van de haspelafdeling en strengensortering worden genoemd. Dit geschiedde in October 1943. Voor het afhalen en oliën van de kruisspoelen werd een gecombineerde machine met lopende band volgens eigen constructie op grond van inzending in de opmerkingenbus in gebruik genomen. In de conerij werd de ventilatie, die vooral des zomers bezwaren opleverden, belangrijk verbeterd door het plaatsen van een 7-tal muurventilatoren in de zuidmuur. Verschillende proefnemingen werden met succes gedaan met het spoelen van cones met bolle eindvlakken, teneinde het aflopen te verbeteren. Ook werden op uitgebreide schaal proeven genomen met het op cones brengen van crêpezijde, waarmede uitstekende resultaten werden bereikt, die tot ruime toepassing leidden.

 

Wolkammerij en spinnerij

Toen in mei 1940 de oorlog uitbrak werd juist de laatste hand gelegd aan de montage van de Duitse wolkammachines in de wolkammerij. Nadien werden nog opgesteld een Franse cardeer-, 2 rek-, en 2 kammachines, die allen met succes in gebruik werden genomen. De wolkammerij was daarmee voltooid; later werd de installatie van de wolspinnerij ter hand genomen. Het was een groot geluk, dat wij al de daarvoor benodigde machines nog geleverd konden krijgen, zodat deze gehele afdeling kon worden gereedgemaakt en in bedrijf gezet. De wolkammerij- en spinnerij verwerkt niet alleen de melkwol, doch eveneens G.K. en afvalzijde, zowel als een mengsels van melkwol en afvalzijde. Na de bevrijding heeft de wolkammerij veel echte wol voor klanten gekamd.

 

Technische dienst

De technische dienst van de kunstzijdefabriek heeft een zeer groot aandeel gehad in de bouw van de nieuwe melkwolfabriek, die in Februari 1943 in bedrijf werd kon worden gesteld. Helaas moest deze weer worden stopgezet wegens gebrek aan grondstoffen in de loop van datzelfde jaar. Ook de bouw van 2 transformatorstations, één voor de Rietertwijnerij en één voor de melkwolfabriek, kwam gereed. Het nieuwe transformator- en schakelstation voor 10.000 Volt in het centralegebouw werd in gebruik genomen. Deze installaties waren nodig in verband met de ingebruikneming van de nieuwe 2500 KW turbine met generator voor 10.000 Volt spanning. Tot de nieuwe technische installaties, die in de oorlogsjaren werden aangeschaft, moeten nog worden gerekend: een Bikkers motorbrandspuit, waarvoor wij een 5-tal oude bronnen voor aansluiting geschikt maakten, een Wanderer universele fraismachine in de bankwerkerij (zie foto), benevens een draaibank aldaar en enkele nieuwe werktuigmachines in de instrumentmakerij. Een complete röntgeninstallatie werd ter beschikking gesteld van de geneeskundige dienst. Deze beschrijving van de technische verbeteringen enz. sluit af op de dag, 17 September 1944, toen de fabriek door het grote bombardement werd lamgelegd(zie foto's). Wat op technische gebied daarna wordt verricht, wordt verderop in dit rapport behandeld. In aansluiting aan de opsomming van de technische verbeteringen der fabriek moge hier nog de oprichting van de "Leerlingen Opleiding", worden gememoreerd. Nadat gedurende enkele jaren de leerlingen in de bankwerkerij reeds een speciale opleiding ontvingen, hebben wij voor dat doel later een aparte afdeling ingericht, die onder leiding van den heer Anema zich zeer gunstig ontwikkelde. In het eerste jaar werden 23 jongens opgeleid. De cursus die alleen gevolgd mag worden door hen, die de ambachtschool met goed gevolg hebben doorlopen, duurt twee jaar. De oorlogstoestand heeft een stagnatie in de opleiding veroorzaakt van September 1944 tot Mei 1945. De jongens ontvangen, behalve leiding in het praktische werken, tevens theoretische lessen, als materialenkennis, wis- en natuurkunde, Nederlandse taal, teken enz. Deze lessen worden hoofdzakelijk door den leider der opleidingen en leraren van de ambachtschool te Wageningen gegeven in een leslokaal, dat wij daartoe in de N.O-toren van de fabriek hebben ingericht. De cursus staat onder toezicht en subsidie van de Bemetel. (Stichting vakopleiding Metaal- en Electrotechnische Industrie). Aan het einde van elk leerjaar worden examens afgenomen en diploma 's uitgereikt. In totaal zijn tot dusverre 61 jongens in opleiding geweest, waarvan 19 het einddiploma hebben behaald'. Op 1 April 1946 volgden 27 jongens de cursus. Zij, die de diploma's ontvangen, worden in staat gesteld zich op de fabriek verder te ontwikkelen voor het Gezellenexamen van de Vereniging tot Bevordering van het Ambacht. Het stemt tot grote voldoening, dat de resultaten van leerlingenopleiding in alle opzichten aan de gestelde verwachtingen voldoen. Alleenszins bekwame vaklieden hebben hun kennis daar opgedaan.

 

De productie.

Het ligt voor de hand, dat het algemeen gebruik van vrijwel alle materialen, vooral tijdens de oorlogsjaren, zijn stempel drukte op het fabricage proces. Alle mogelijke surrogaten en vervangingstoffen moesten de plaats innemen van de normale artikelen. En toch kunnen wij tenslotte verklaren, dat, naar omstandigheden, de kwaliteit van de kunstzijde er niet veel onder heeft geleden. De productie werd zo hoog mogelijk opgevoerd, zodat wij in de bewuste jaren de volgende hoeveelheden zijde en G.K. hebben afgeleverd:

 

1940 - 3.550.000 kg, waarvan kunstzijde: 3.545.000 kg

1941 - 5.000.000 kg, waarvan kunstzijde: 4.400.000 kg

1942 - 4.720.000 kg, waarvan kunstzijde: 4.015.000 kg

1943 - 4.180.000 kg, waarvan kunstzijde: 3.150.000 KG

1944 - 2.350.000 kg, waarvan kunstzijde: 1.361.000 kg (in de eerste 7 periodes)

 

Bij de productie van kunstzijde is inbegrepen de "tenax", een kunstzijde met hoge sterkte, waarvan wij in 1940 met de fabricage zijn begonnen. Hiervoor zijn eerst 2 en daarna nog 15 spinmachines speciaal omgebouwd. In de oorlogsjaren werd de Tenax, die feitelijk als speciale autobandenzijde ingang heeft gevonden, gebruikt voor vervaardiging van naaigaren, waarmee een groot tekort aan dat artikel prachtig is ondervangen. In totaal hebben wij van 1940 - 1944 ruim 3.200.000 kg Tenax gesponnen. Van de belangrijkste grondstoffen was het hoofdzakelijk de cellulose, die ons voor moeilijke problemen stelde. Waneer in vroegere jaren zou worden overgegaan van de ene soort cellulose op die van een andere fabricaat, dan duurde de voorbereiding en invoering vele maanden. De oorlog heeft ons een grotere voortvarendheid op dit gebied geleerd, omdat het nodig was achtereenvolgens de meest verschillende soorten in gebruik te nemen als: Borregaard, Domsjo, Silker, Aschaffenberg, Buchen, Waldhof, Kostheim, Uddeholm, Mannheim, Feldmuhle, Forshaga Super, en Forsaga Standard V.G. Hieronder waren de meest soorten totaal onbekend en in 't bijzonder moeten wij hierbij de beukencellulose met geheel afwijkende eigenschappen noemen. Meestal moesten 2 tot 3 geheel verschillende soorten worden gemengd. Op deze wijze hebben wij in de oorlogsjaren 57 maal gewisseld met soorten cellulose en mengsels daarvan. Veelal kwam het voor dat een nieuw soort cellulose direct na aankomst in gebruik moest worden genomen, dus nog voordat proefviscoses konden worden gemaakt. Wij hebben op deze wijze veel ervaring opgedaan en geleerd zonder de shunt tot resultaten te komen. Niet zozeer om de kwaliteit, dan wel om de stagnatie in de levering van zwavelzuur, soda, elektrolytloog, zwavelkoolstof en vooral steenkolen hebben wij meerdere malen grote zorgen gehad. Met de steenkolen is het éénmaal (Nov.1941) voorgekomen, dat er slechts voor nog enkele uren kolen aanwezig waren en met auto's kolen uit Arnhem gehaald werden. Op het meest kritieke ogenblik kwam een zending binnen. De kolenleveringen ondervonden veel stagnatie doordat in 1943-1944 geen wagons meer ter beschikking waren en alle kolen per schip moesten worden aangevoerd. Dit werd zeer bemoeilijkt, doordat er een groot tekort aan sleepboten bestond. Een ijzeren bestand van 1000 ton kolen van der S.H. V. moest in Maart 1944 worden opgebruikt. Met de levering van zwavelkoolstof hebben wij slechts enkele malen moeilijkheden gehad. Op 24 Februari 1941 was de toestand kritiek, omdat nog slechts voor 1 dag voldoende aanwezig was. Op die dag beschikten wij nog over twee dagen steenkolen. De moeilijkheden met het verkrijgen van technische materialen waren legio. De voorschriften, die door de vele Rijksbureaus waren uitgevaardigd, waren talrijk en het was dikwijls ondoenlijk om dringend nodige materialen te krijgen. Het aanschaffen van werktuigen e.d. was vrijwel uitgesloten en slechts sporadisch kunnen wij iets nieuws aanschaffen. Levertijden van 1 a 2 jaren waren geen uitzondering. (Er werd uiterst weinig toegewezen; verfkwasten, borstels, hamers enz. waren bijna niet te krijgen.) Oude materialen en machines, die in 3 maanden niet in gebruik waren geweest, moesten gedwongen worden verkocht (wij hebben ons daaraan kunnen ontrekken.) Door de beschreven toestanden was het voor ons uiterst moeilijk de fabriek in een behoorlijk toestand te houden. Het stemt tot grote voldoening, dat dit, de omstandigheden in aanmerking genomen, nog zeer behoorlijk is gelukt. En dat van verwaarlozing e.d. in geen enkel opzicht gesproken kan worden. Niet slechts was het betrekken van de nodige materialen heel moeilijk, doch daarenboven stegen de prijzen onrustbarend. Hier mogen de verrekenprijzen van enige belangrijke grondstoffen worden genoemd, zoals deze als gemiddelde over 1939 resp. 1944 golden:

 

Jaar;                      1939            1944

 

Cellulose               13,80           26,-

Zwavelkoolstof     12,-              35,-

Zwavelzuur             2,50            10,60

 

De prijzen hadden uiteraard een grote invloed op de kostprijs der kunstzijde.

 

Gezondheidstoestand.

In overeenstemming met de algemene gezondheidstoestand in den lande nam ook en misschien in nog belangrijk sterkere mate, het aantal ziektegevallen van AKU -personeel in de loop der oorlogsjaren toe. De bedroevende voedseltoestand was hieraan in hoge mate debet. De arbeiders verzwakten zeer, wat in diverse afdelingen, waar zwaar werk wordt verricht, tot stoornissen leidde. In het bijzonder waren het de pers-, maal-, en mengkamer, waar het ziektepercentage in de laatste jaren hoger was dan normaal. Een beeld daarvan kan worden gegeven door de toestand op 24 April 1944. Van de totale sterkte van het chemisch bedrijf, zijn de 125 man, waren er op dien dag 21 ziek (van deze waren er 2 ongeneeslijk en 11 halve krachten). Bovendien mochten er 13 slechts licht werk verrichten resp. was werken in het chemisch bedrijf verboden. Totaal dus 44 man ongeschikt voor het chemisch bedrijf. Dergelijk toestanden traden ook in de spoelenspinnerij en vooral in de bleek op. In

de laatste moest zelfs een gehele ploeg door nieuwe krachten worden bezet. Het leed geen twijfel of het bedrijf moest hierdoor ernstig benadeeld worden, ofschoon het steeds gelukte de goede gang te handhaven, zij het ook ten koste van veel extra diensten en overuren e.d., die weer niet bevorderlijk waren voor de gezondheidstoestand. Het ziekte percentage werd zeer ongunstig beïnvloed door de in 1943 gemaakte wettelijke bepalingen, dat de eerste ziektedagen niet mochten worden uitbetaald, tenzij de patiënt minstens 4 weken achtereenvolgens ziek was. Daarbij kwam nog de in 1942 door de fabriek gemaakte bepaling, dat gehuwde zieken behalve de 80% zieken uitkering ook nog 20% daarboven uitbetaald kregen, wanneer zij 12 cent per week voor die toeslag betaalden. Het spreekt vanzelf dat door combinatie van deze beide bepalingen de zieken er niet de minste belangstelling voor hadden om spoedig weer aan het werk te gaan en vele kunstmiddeltjes toepasten om hun ziekte te rekken, resp. rug-, maag-, e.a. pijnen opgaven, die door de medici moeilijk te controleren waren. Ofschoon wij door uitgebreide controle door diverse artsen en leken controleurs hebben getracht het aantal zieken te beperken, konden wij niet met enige zekerheid de resultaten daarvan vaststellen. Grote bedragen werden hieraan ten koste gelegd. Vermeldenswaard is ook het uitgeven van vitaminetabletten aan het personeel. Dit geschiedde in de eerste maanden van 1942/ 1943 en 1944. Aan hen, die extra voeding nodig hadden, werden in 1944 versterkende middelen en vitaminetabletten Davitamon gegeven. Voor zieken was er soms verse groenten. In 1943 en 1944 werden aan het vrouwelijk personeel enige malen textielondergoederen en kousen verstrekt en begin 1944 aan arbeiders en hun familieleden onderkleren, dekens, sokken, kousen, enz. op zeer uitgebreide schaal. Deze uitreikingen droegen enigszins bij tot leniging van het gebrek aan kledingstukken, doch kon niet bij benadering voldoen aan het enorme tekort aan de allernodigste behoeften. In verband met het nijpende gebrek aan schoeisel en de distributiebepalingen inzake het repareren daarvan, verleenden wij open bemiddeling door het sluiten van een overeenkomst met de gevestigde schoenmaker, die onder gunstige voorwaarden schoenen van ons personeel repareerde. Met het betrekken van klompen was het net eender gesteld, zodat door onze bemiddeling klompen werden gerepareerd. Dat het nog eens zover moest komen.

 

De Keuken

Daar de voedseltoestanden steeds erger werden en de rantsoenering zeer gering werden, was het voor onze arbeiders ondoenlijk om voldoende hoeveelheden brood mee naar de fabriek te nemen om in de schafttijd te gebruiken. Een besliste ondervoeding zou hierdoor optreden, wanneer wij niet zelf tot het verstrekken van warm eten zouden overgaan. De plannen hiervoor werden reeds in Maart-April 1941 tot uitvoering gebracht door het bouwen van een doelmatige keuken met waslokaal, vriesruimte, aardappelopslag enz. tegen de buitenmuur van het mannenschaftlokaal. Wij konden daarbij gebruik maken van kookpotten, electrokachel, schilmachine, snijmachine, bordenwasmachine enz. van de voormalige keukeninrichting. Veel moest echter nieuw worden aangeschaft. Aan het hoofd van de keuken werd een chef-kok geplaatst met onder zich een 3-tal ploegenkoks en hulpen. In totaal werden er verstrekt 1.230.411 porties eten In dit getal zijn inbegrepen de porties, die wij op wens van het Rijksbureau voor Voedselvoorziening hebben moeten afgeven aan de P.T.T. Ede, Spoorwegen Ede, Waterleiding, Gasfabriek, Distributiekantoor Ede, fao Beerz-Nefkens. De totale kosten bedroegen:

1944      38.787,56

1942      63.244,32

1943      70.154,35

1944      49.427,46

Samen een totaalbedrag van f 221.968,54 zodat per portie door de firma werd uitgegeven een bedrag van circa 18 cent. Ook beambten konden van het eten gebruik maken tegen een vergoeding van 10 cent. bij een salarisgrens van f 200,-. Per maand. En 15 cent boven de f 250,-. Per maand. Nauwelijks was de keuken in volle werking, toen door nieuwe wettelijke bepalingen rijkscontrole en toezicht werd ingesteld en de voedseltoewijzing door het Rijksbureau voor Voedselvoorziening waren

geregeld. Hieraan was natuurlijk de nodige rompslomp en een oneindig aantal voorschriften en vorderingen verbonden. Daar er dagelijks belangrijke resten en afvalresten overbleven, werd besloten tot aanschaffing van een 8-tal biggen, die, ondergebracht in de stallen van Hoekelum, werden gemest tot varkens, die vanaf Mei 1944 successievelijk werden geslacht. Het vlees en vet werd ter verbetering van het normale eten gebruikt. In de jaren 1942, 1943 en 1944 steeg de brandstoffen nood tot ongekende hoogte. Dit werd in de winter van 1942/1943 veel erger, omdat deze winter uitermate koud was, terwijl de brandstof-, gas-, en electriciteits toewijzingen zeer gering waren. Ter leniging van de ergste nood werd de grote houtvoorraad (boomstronken, stobben), die voor reserve was aangelegd voor eventueel uitvallen van de toevoer van steenkolen, geheel ter beschikking van het personeel gesteld en verder nieuwe hoeveelheden bijgekocht. Twee houtzagerijen zorgden op het fabrieksterrein voor het in blokjes zagen van dit hout, waarvan in totaal 2.300.000 kg onder het personeel werd verdeeld. Over de verstrekking van anthraciet in de winter van 1944/1945 wordt later bericht.

 

Gegevens betreffende het personeel.

Niet slechts de gezondheidstoestand van het personeel baarde ons in de oorlogsjaren grote zorg, ook het onttrekken van vooral jongere krachten door de Duitse instanties bezorgde ons grote moeilijkheden. In October 1942 begonnen de Duitsers mannelijke arbeiders uit de bedrijven te halen en naar Duitsland te voeren, om daar in de fabrieken te werken. Daar wij op het standpunt stonden onze productie zo hoog mogelijk op te voeren en daardoor ook de andere textielfabrieken van de nodige materialen te voorzien, zodat die konden blijven doorwerken en minder kans liepen van hun personeel te worden beroofd, deden wij alle moeite om het onttrekken van werknemers tegen te gaan. Vooral de Directie te Arnhem heeft daarbij goede resultaten mogen bereiken, wat niet weg nam, dat wij de volgende aantallen arbeiders aan Duitsland moesten afstaan:  

October 1942       50 personen

Januari 1943        50 personen   

Jan/feb 1943        79 personen

Mr1/Apr 1943       87 personen

Juni/Juli 1943       25 personen

In totaal dus:      291 mannen.

Op hetzelfde ogenblik dat de vordering van deze lieden begon, gingen vele jongeren .”onder water ”. teneinde aan de greep der Duitsers te ontkomen. Alles met elkaar genomen, was het resultaat van deze onttrekking van personeel, dat het niet mogelijk bleek de productie op het peil te handhaven, dat wij hadden bereikt. De productie moest dus worden beperkt. Zoveel mogelijk hebben wij getracht door overplaatsingen enz. het verstoorde evenwicht in de verschillende afdelingen te herstellen, doch wij konden hierin slechts ten dele slagen. Vrijwel uitsluiten werden textieljongens weggevoerd. Voor de wegvoering beschikten wij in 1942 over 460 jongens, daarna over nog slechts 260. De textielafdelingen waren daardoor ook niet in staat de productie te verwerken. Gedeeltelijk konden wij dit ondervangen door uitbreiding van de vervaardiging van G.K., een product, dat niet over de textielafdeling loopt.

© 2016 Historisch Museum Ede. All Rights Reserved.

Design: @Magic