enka

Mijn jaren en ervaringen bij de A.K.U. Ede

(1934 -1957)
 

Door: WIEBE SLAGER.

wiebe Na beëindiging van mijn MULO schooljaren in Nijmegen ging ik op zoek voor werk en in het plaatselijk dagblad had ik gezien dat bij de DRYA een kunstzijde fabriek aldaar een vacature was voor een jongste bediende. De volgende dag melde ik me bij de personeelsafdeling en na invulling van een formulier kreeg ik een interview en stelde men mij een aantal vragen, zoals waar het kantoor van de Raad van Arbeid was. Komende pas van school en een jaar of zestien oud waren Raden van Arbeid en Rentekaarten volkomen nieuw voor mij en het was dan ook geen verrassing, dat ik een paar dagen daarna een briefje kreeg dat ik niet succesvol was geweest.

41 64179Door omstandigheden werd ik grootgebracht bij pleegouders en een zoon van hen Hendrik Greven, was werkzaam bij de A.K.U. Kunstzijde Fabriek te Ede als een voorman in de Spinnerij. In maart 1934 kwam ik bij de A.K.U. door bemiddeling van hem en was dus erg gelukkig, want we zaten nog steeds in de jaren van de depressie, die waren begonnen in 1929 tengevolge van de ineenstorting van de New Yorkse effecten Beurs en er ging haast geen week voorbij, dat vele werknemers ook van de A.K.U hun ontslag kregen. Gedurende die jaren bouwde men een nieuwe grote Kunstzijde Fabriek de NYMA aan de Muntweg te Nijmegen, maar die werd nooit in gebruik genomen vanwege de economische omstandigheden en herinner mij dan ook dat het gehele gebouw werd overgenomen door de Robinson schoenenfabriek.
 

Ik werd dus aangenomen als een monsterjongen in de toenmalige Bleekerij waar Dhr. Pielage ondermeester was en voorman was dhr. Navest. Er waren twee 1e lieden en wel de Hollander en Valkenburg, de laatste werd in latere jaren meester in de Twijnerij. Mijn taak bestond uit om op verschillende tijden monsters van de Bleekerij en de Aanzuurputten, waar een zekere Klein uit Arnhem werkzaam was naar het Chemisch Laboratorium te brengen voor onderzoek. Dit baantje van monsterjongen duurde gelukkig niet erg lang voor mij, maar voor hetzelfde geld zou het ook minder goed hebben kunnen afgelopen. Op een zekere dag na de monsters te hebben gekregen was ik op weg naar het Laboratorium toen ik kwam te vallen over de bovengrondse rails, die overal in het hele bedrijf lagen en dienden voor het transport. Tot mijn ongeluk wat later mijn geluk zou zijn, zag de toenmalige directeur dhr Rathgeber dit voorvalletje gebeuren. Terwijl ik nog bezig was de brokstukken bij elkaar te zoeken stond hij al bij me en begon mij uit te horen. Dit was niet zo eenvoudig de directeur was een Duitser en het gesprek ging in half Duits en gebrekkig Nederlands en ik verstond er dan ook geen snars van alhoewel wel wat van de Duitse taal kennende van mijn MULO jaren. Maar dat zullen we maar toeschrijven aan de zenuwen, gelukkig kreeg ik onverwachte hulp van dhr. Lanjouw, die chef van het Laboratorium was en juist passeerde en terwijl zij nog stonden te praten droop ik maar stilletjes af. Bij mijn terugkomst kreeg ik nog flink op mijn duvel en dus maar weer met nieuwe monsters naar het Laboratorium. Ik kreeg het idee dat dit voorvalletje voor mij nog al mee viel en met een sisser was afgelopen, maar een paar dagen later vertelde dhr. Pielage dat ik op het kantoor moest komen bij dhr van der Kolk, Hoofd van de Loonafdeling en Personeelszaken en kreeg toen de schrik te pakken. Hij deelde mij mede dat door toedoen van Dhr Rathgeber ik het baantje zou krijgen van jongste bediende en wat een verademing dit voor mij was. Geen vuile overalls en smerige handen meer van al het poetsen wat ik moest doen, maar netjes aangekleed iedere dag naar het kantoor gaan. Het kan veranderen zei Brederode in het verre verleden altijd en het was zeker van toepassing voor mij.

Mijn kennismaking met Dhr Rathgeber was dus goed verlopen en het veranderde mijn hele toekomst bij de A.K.U. maar velen zullen zeggen dat was alleen maar mazzel. Dhr. Rathgeber was voordien waarschijnlijk werkzaam bij het Duitse concern van de Vereinigte Glanzstoff Fabriken A.G. en fuseerde in 1929 met de ENKA. Het gevolg van deze fusie was dat hij een benoeming tot directeur kreeg van de fabriek te Ede, en zij vertelden mij later dat hij gedurende de 1e wereldoorlog diende in de Duitse Marine en daarin het bevel voerde over een duikboot. Blijkbaar zat het commanderen nog steeds in zijn bloed, want iedereen kreeg de schrik in zijn benen als hij ze aansprak en als ze hem zagen aankomen op zijn dagelijkse rondes, liepen ze met een boogje om hem heen. Verder als iemand op het matje moest komen werd er geen verschil gemaakt tussen een meester of een gewone werkman De genoemde persoon moest dan altijd plaats nemen in de conferentie kamer en dan begon het gesprek, hetwelk spoedig uitdraaide op een bulderende toon in half Duits en gebrekkig Nederlands en het slachtoffer kreeg bijna geen tijd om zich te verweren. Na zo'n ontmoeting was de persoon in kwestie er wel naar aan toe en had zeker een dag nodig om bij te komen. De directeur woonde in een grote witte villa op de hoek van de Stationsweg en de Berkenlaan en werd iedere morgen naar zijn werk gebracht door zijn dochter in een grote zwarte limousine.

Voordat ik verder ga met dit verhaal wil ik je nog wat vertellen over de tijd toen ik nog niet werkzaam was bij deze firma en nog in Nijmegen woonde. Zoals ik reeds eerder vertelde werd ik groot gebracht bij de ouders van Hendrik Greven, die in Ede aan de Parkweg woonde en reeds enkele jaren bij de A.K.U werkte. Gedurende de schoolvakanties die ik in dit gezin doorbracht werd mijn aandacht steeds getrokken wanneer om vijf in de namiddag de werkers in de dagdienst naar huis gingen. Dit was altijd een imposant gezicht om die duizenden op hun fietsen de Noorder Parallel Weg (nu de Dr.Hartogsweg) af te zien komen en bij het Stationsplein zich in drieën splitsten en een gedeelte linksaf sloeg, richting Bennekom en Wageningen en rechtdoor naar de Woningbouw en Veenendaal en rechtsaf naar Ede Dorp en Lunteren. Verder vertrokken op hetzelfde moment wel meer dan vijftig autobussen allemaal in de ENKA kleuren blauw, die al de meisjes die daar werkten naar huis brachten en dat waren er toen heel wat. Zij kwamen overal vandaan zoals de Veluwe, de Betuwe, het land van Maas en Waal, de provincie Utrecht en zelfs uit de plaats Groesbeek, daarnaast ging er zelfs een trein naar Arnhem en Nijmegen. Ook was er in het Oranje-Park een Groot Hotel, waar heel veel meisjes uit Rotterdam tegen een kleine vergoeding in de kost waren en verscheidene van hen trouwden later dan ook met Edenaren. Op het Stationsplein stond in die tijd dan ook politie om het enorme verkeer te regelen en een half uur later was alles weer rustig en de volgende dag herhaalde zich dit gebeuren. Als ik bij de Grevens in Ede logeerde die een woning toegewezen hadden van de Woning Bouw Vereniging "Vooruit" en woonden aan de Parkweg, dan ging ik de buurt wel eens verkennen en wat mij toen opviel dat er zeker wel een kwart van al de huizen leegstonden en voor de ramen waren groene planken aangebracht voor bescherming van de ruiten. Al met al maar een trieste vertoning en blijkbaar was er toen in die tijd ook al weinig respect voor eigendommen van anderen. Dit was natuurlijk het gevolg van de depressiejaren die in 1929 waren begonnen als een gevolg van de ineenstorting van de New Yorkse Effecten Beurs en de AKU kwam daar ook niet heelhuids van af. Het gevolg was dat honderden werknemers hun ontslag kregen en heel veel woningen van de Woning Bouw Vereniging leeg kwamen te staan omdat de mensen meestal weer terugkeerden waar zij oorspronkelijk vandaan kwamen.

Bij het begin van het jaar 1900 was Ede maar een klein dorpje, maar toen de militaire garnizoenen daar in 1903 en de ENKA in 1922 daar kwamen werd Ede, zo op eens een plaats van betekenis. Laat ik nu maar weer teruggaan naar het moment dat ik het baantje van jongste bediende kreeg in 1934 en deed dit tot eind 1937, toen ik mijn militaire dienst moest vervullen. Deze jaren behoren dan ook tot de gelukkigste tijd voor mij die ik doorbracht bij de AKU. Ik was reeds in de kost bij de familie Greven,die aan de Parkweg woonden en als je dan weet dat mijn weekloon 2,50 gulden was, begrijp je wel dat ik daarvan de bloemetjes niet buiten kon zetten al was in die tijd een pakje tabak en vloeitjes maar elf centen, maar we kwamen er wel doorheen. In die tijd woonden mij pleegouders nog steeds in Hees bij Nijmegen en zij besloten om ook maar naar Ede te verhuizen en waren dus dichter bij hun zoon en zijn familie. problemen om daar een huis te krijgen waren er niet, want er stonden er heel wat leeg in de Woning Bouw Vereniging, zij kregen dan ook een woning toegewezen in de Zijdelaan. Mijn taak was om viermaal per dag al de kantoren en bedrijfskantoren af te gaan om de ingaande en uitgaan de post te verzorgen voor het kantoor personeel, bedrijfs ingenieurs en meesters. Verder voor de cassière mej. van den Brink, rekeningen betalen voor leveringen gedaan aan de AKU. en als er nog tijd overbleef, dan deed ik wat karweitjes op de Loon- en Personeel Afdeling. Ik kreeg een paar dagen om in te werken van v. Eck, die overgeplaatst werd naar de Magazijn-Boekhouding en toen was ik alleen. In het begin was het wel wat moeilijk, want ik had geen flauw idee hoe groot die fabriek wel was en dan proberen al die namen te onthouden en waar zij werkzaam waren. Ik had een ding mee, dat mijn geheugen mij niet vaak in de steek liet want op de MULO waren mijn cijfers 8 en 9 voor geschiedenis en aardrijkskunde.

wiebes2Personeelsafdeling 1953 Rekeningen betalen voor mej. van den Brink, werd een kleine bijverdienste voor mij en de meeste leveranciers gaven mij dan een fooitje en dit kwam goed van pas. Ook moest ik iedere week al de loonzakjes maken op een adresseermachine voor al het personeel. Verder lijkt het mij wenselijk om u mee te nemen op een van mijn rondes door het bedrijf om kennis te maken met al die mensen die toen daar werkzaam waren en ze aan de vergetelheid te ontrukken en je kunt misschien zeggen ja die kende ik!
Wel ik heb mijn grote brieven bestellerstas omgedaan en beginnen eerst bij de Loonafdeling en personeelsafdeling:

Chef was dhr van der Kolk, dan de Lange Bos, mej. Gerritsen,dhr. Batterman, Tap, van Glabbeek , v. Otterlo, Snelders, Bok en Hansman (de laatste Henk Hansman is een grote steun voor mij geweest en hielp mij met alles. Hij was de zoon van een bekende Bakker te Ede en werd later administrateur van het ziekenfonds "Helpt Elkaar" te Ede) en als laatste Teunisssen (grote Teun)

wiebes3De loonafdeling in 1950
Telkamer: de heer Vos uit Bennekom en mej. van Leusden.

wiebes4

Op de hoek van het kantoren gebouw: Directeur Rathgeber en zijn secretaresse mej. Licht en later werden dit Ir.Nolet en mej. Nauta.

Daarnaast: dhr. Ham, hij was chef Personeelszaken en zijn dochter Margot en Teunissen (kleine Teun), laatste was de boekhouder van de Reehorst. In latere jaren waren de hierna volgende personen ook chef over Personeels Zaken en wel dhr. van der Kolk; Hali (hij was voordien Directeur van het plaatselijk ArbeidsBureau) Meilink en Neervoort.

Vandaar naar het kleine magazijntje voor kantoorbehoeften waar Rippe de scepter zwaaide en altijd overhoop lag met iedereen.

Magazijn Boekhouding: Chef dhr Borst; mej. de Jonge; dhr. Hengel uit Wolfheze; Driessen; van Eck en Boch (de echtgenote van Bosch was het hoofd van een instituut in Ede, waar ik lessen kreeg in Steno; typen en Boekhouden) en dhr den Hartog.

Boekhouding: chef dhr van den Brink (uit Ede); Caissiere Mej. van den Brink uit Arnhem; mej. de Lange; Mej. Hausold en mej. Jonge, de laatste was een dochter van Meester de Jonge.

Telefoniste was mej. Leni Buel.

Portiers: Hoofdportier Krebbers en de portiers van Beek; Brouwers; Koopmans; v.d.Pol (laatstgenoemde was later werkzaam in de Verbandkamer) en Arnoldussen

wiebes5Portiersgroep van 1957

Op de hoek van de Conerij het kantoortje van Fijlstra (hij was de Hoofdmeester van de Bouw-Afdelingen) waar voorts nog werkten dhr. Backeland; de Gijt (de laatste was een zoon van voorman de Gijt in de timmerwerkplaats) en dhr Loos en Ferwerda.

Het oude schaftlokaal was het domein van voorman Ronk.

Binnenplaats op de hoek de oude Verbandkamer van Dr. Heimans met zuster Thuree en verbandmeester Burgers.

Daarnaast de expeditie van Dhr. Foeke en Mej. de Jongh.

Dan krijgen we het magazijn van Dhr. Moehn. Verder waren daar nog werkzaam Akkerman en Leijenaar.

Het Chemisch bedrijf onder leiding van Mr. Pielage en tijdschrijver Willi Zittersteijn. De laatste was een heel bekende voetballer en speelde voor de v.v. Wageningen. Verder de voorlieden Siep en van Velzen.

Het Chemisch Laboratorium, Chef was Dhr Lanjouw, verder Mej. Bender en in een apart kantoor zaten nog Dr. Kalf en Dr. van Dobbenburgh (de laatste vertrok naar de American ENKA) Later kwamen daar nog Ir. van den Broek; Dr.Weeldenburg en Dr. Dijksman Verder waren daar ook nog Dhr. van Gijzen en Dhr.Berthel en mej.Mol. Laboranten waren: Mej. Noorman en dhr. Laarman en Lekkerkerk en voorts nog twee assistenten dhr.Heintzberger en Stahl, beide kwamen uit Wageningen.

Van het Laboratorium gaan we naar de kantoren boven de Centrale en de eerste is dhr..Nederhand het hoofd van de Centrale, ook werkzaam waren daar de machinisten Emaus ; Althaus en Bakker. Later werd dhr Veldkamp chef van de Elektrische Centrale.

Tekenkamer: Boneschankster en Onck kwamen uit Arnhem. Later Dhr Mes; Buijen van Weelden en Tinus

Hekelaar uit Amsterdam.De laatste was de doelverdediger van de v.v. D.W.S.dat was in de tijd dat Caldenhoven voor het Nederlandse elftal speelde.

Kantoor van de technische Afdelingen: Ir. Hermans en steno-typist Gerrit Terbrugge (zijn vader was een bankwerker)

Daarnaast het kantoor van Ir. Gelber; Ir. Levison en Ir. Tesselhoff en Mej. Verseijde en later Mej.Kaufman.

Dan krijgen we de afdeling van Ir.Wachter en Ir. Ziegler.

Voorts de programma afdeling waar werkzaam waren: Dhr.Hendriks; de Wit en Hardenbol.

De Bedaux-Afdeling: Chef was Dhr.de Harder en de heren Bolraap; Koeleman (hij vertrok naar de HKI in Breda) van der Werf en Vos (de laatste twee waren goede voetballers en speelden jaren bij v.v. Wageningen

Dan nog een klein kantoortje waar Dhr Bruinier en Stoltenhof zaten. De 1e was betrokken bij de Spoelenlakkerij en Stoltenhof bij het textielbedrijf.

De calculatie-Afdeling, waar dhr Munsterman chef was en de typiste Mej. Boekestijn.

Wij laten nu de kantoren achter ons en beginnen met de Bankwerkerij, Hoofdmeester was Fellinger en meesters Onderstal; Keern en Frutel en Tijdschrijver Jan Smit en verder het gereedschappen magazijn met Korenbrits en Wiegeraadt. (de laatste werd later wethouder van de gemeente Ede, voor de C.H.U.)

Elektriciens Werkplaats met als Hoofdmeester van Mierlo, Wijnsouw was meester en de voorlieden Neve en Roelofsen en Jaap Groeneveld als tijdschrijver. Timmerwerkplaats: de Gijt was daar voorman en tijdschrijver was Veenhuis.

Schilderswerkplaats: daar was Butselaar de Voorman.

Metselaars: Voorman van de Hurk

Buitenploeg: dhr. Wolf was daar meester.

Spoelenlakkerij: Voorman was daar dhr van Schaik.

Spinnerij: met als hoofdmeester Widra (later mr. Gerritsen van de Doppen Afdeling); Meesters dhr. Boonstra; van den Bovenkamp en van Setten. In de Zuurkelder waren nog de voorlieden Muller en van Druten (de laatste werd in 1939 mijn schoonvader) Tijdschrijver was dhr Weijman.

De Doppen Afdeling en Naaikamer daar was Mr. Gerritsen der baas.

Instrumentmakerij en de glasblazers was dhr. van Loon de chef.

Nu naar de Wasserij het domein van Hoofdmeester Merlijn, met als meester van de Hoop.

Vandaar naar de Twijnerij waar Hoofdmeester Slijkhuis het bevel voerde en een meester Valkenburg, die vroeger 1e man was in de Bleekerij. Administratie meisjes waren mej. Brunekreeft en Leijenaar.

Spoelenafstroperij: Voorman Maijen.

Conerij: Daar was dhr. Nijhoff de baas met als meesters Hammink en Wernink en administratie meisjes Nieholt en Haverkamp

Haspelkamer: Meester Witkop, Hoofd-Opzichteres mej. van Schiebergen en de Opzichteressen Spaan en Koperberg, administratie meisje was Mej. Bos.

Textiel-Laboratorium: Mr. Rohn was daar de baas en Opzichteres was Jans Boersma en administratie meisjes waren van der Windt, van Galen en Jans van Druten (met de laatste trouwde ik op 28 augustus 1939) en later Peters.

Strengensortering: Hoofdmeester was Dhr. de Vries en Hoofd Opzichteres was Mej. Gerritsen.

De Garage: Dhr de Goede was daar chef en dhr Thuis deed de administratie. Later werd dhr van de Vegt chef van de Garage.

Wel dat is het na een flinke wandeling door het bedrijf en u hebben laten kennismaken met de vele medewerkers uit die tijd en er zullen er dan ook wel wat vergeten zijn, maar dat moet u mij maar niet kwalijk nemen, want het is nu meer dan 65 jaar geleden dat ik die dagelijkse rondjes deed. Verder vermoed ik dat zeker 99 % van hen inmiddels is overleden. Maar onder de oud medewerkers zullen er nog vele zijn die wel wat van hen kenden.

Voordat ik in dienst moest in oktober 1937 had ik al een een meisje en haar naam was Jannetje (Jans) van Druten en haar vader was een voorman in de Zuurkelder. Zij werkte als een administratie-meisje op het kantoor van het Textiel Laboratorium (monsterafdeling) , waarvan dhr. Rohn chef was. Het was niet zo'n leuke onderbreking om zes maanden door te brengen in Utrecht bij het Korps van de Genie, en Jans niet meer dagelijks te zien en dit werd nu eenmaal in de veertien dagen wanneer ik dus verlof kreeg, maar kwamen daar ook uiteindelijk overheen.

Toen aan mijn diensttijd in Utrecht een einde was gekomen in maart 1938, melde ik mij weer bij de A.K.U en kreeg toen het baantje van tijdschrijver in de bankwerkerij, waar dhr. Fellinger de chef was en Jan Smit daar reeds als een tijdschrijver werkzaam was. Daar heb ik gewerkt voor een jaar toen ik van Gerrit Terbrugge vernam dat hij een baan zou krijgen bij de gemeente Ede. Gerrit die werkzaam was als steno-typist bij de technische Ing. van alle werkplaatsen dhr. Hermans vertelde mij dit persoonlijk. Ik vroeg een onderhoud aan met de personeels chef, dhr van der Kolk en vroeg of ik hiervoor in aanmerking kon komen. Hij vertelde mij dat hij hierover nog geen beslissing kon nemen omdat hij nog niet wist dat Terbrugge zijn ontslag zou nemen. In ieder geval beloofde hij mij zo spoedig mogelijk op de hoogte te stellen van de gang van zaken en na een paar weken kreeg ik het bericht dat ik zijn baantje zou krijgen. De doorslag was dat ik reeds een diploma bezat van steno en typen. Mijn werk bestond uit het opnemen van brieven en memo's en typen en voorts het bijhouden van statistieken. Voorts moest ik de inkomende post en copies van brieven van al de andere ingenieurs opbergen. Tevens werd ik toen lid van de luchtbeschermingsdienst en moest de roosters opmaken voor die mensen die op bepaalde tijden dienst moesten doen. Ook werd ik opgenomen in maandsalaris personeel en dit laatste zou op de lange duur goed voor mij zijn, maar op het moment zou ik minder gaan verdienen en dit heb ik maar op de koop toegenomen. Dit baantje duurde echter niet voor lang want de politieke toestand in de wereld werd steeds slechter door het toedoen van Hitler.

In augustus 1939 brak de voor-mobilisatie uit en ik moest mij reeds de volgende dag melden in een school aan de Maria-plaats te Utrecht. Dit gebeuren werd een grote teleurstelling voor mijn a.s. vrouw Jans van Druten en mijzelf. Het geval was dat wij reeds een dag of tien in ondertrouw waren en op de eerste sept. in Wageningen zouden trouwen, maar opeens kwam alles op losse schroeven te staan. Wij hadden reeds een huis in de Weerkruislaan om in te trekken maar Jans was reeds zonder werk en ik zou geen kostwinners vergoeding krijgen vanwege onze burgerlijke omstandig heden. Goede raad was duur en wat te doen om hier heelhuids en zonder scheuren uit te komen. Wel nog dezelfde dag dat ik in Utrecht aankwam had ik reeds een gesprek met mijn commandant, de Kapitein Stolk, in burgerleven was hij de Omroepleider van de NCRV in Hilversum. Hij betoonde veel begrip voor mijn situatie en beloofde mij zijn volledige medewerking en nog dezelfde morgen kwam hij mij vertellen dat de Officier van de Arrondissement Recht Bank te Arnhem ons dispensatie verleende om nog dezelfde dag te trouwen en wel om negen uur in de avond in het Gemeentehuis te Wageningen en dit was 28 augustus i.p.v. de 1e september. Ik kreeg een verlofpas en zat vrij spoedig in de bus richting Wageningen en kwam aan in de middag met de mededeling we gaan vanavond trouwen. Het nam wel wat tijd in beslag voordat zij mij geloofden en de getuigen moesten nog gezocht worden en het ergste was dat de trouwjapon nog niet klaar was. Maar een half uur voor de tijd wandelde het hele gezelschap in hun daagse kleren en ik in mijn uniform naar het Gemeentehuis om in de echt te worden verbonden. Wij kunnen dan ook wel vaststellen dat dit een van de eerste mobilisatie huwelijken in Nederland was en dan op zo'n tijdstip. Verder mijn schoonvader Willem van Druten was in de nachtdienst en kwam te laat op de AKU aan. De volgende dag stonden wij om acht uur in de morgen al bij het busstation en kon ik weer afreizen naar Utrecht, zo het werd voor ons beiden wel een honeymoon om niet gauw te vergeten. De trouwjapon kwam later wel klaar en toen hebben we maar een foto laten maken van het gelukkige paar. Valt nog te vermelden dat alle meisjes die op het textiellaboratorium (Monsterafdeling) bij de heer Rohn werkten bij hun huwelijk altijd een grote lap zijde kregen om daaruit hun bruidsjapon te maken Verder was hij een heel goede kunstschilder en verschillende meisjes hebben dan ook schilderstukjes van hem aan de muur hangen en wij hebben er twee die zo'n plaatsje kregen.

Over mijn mobilisatie tijd en de korte oorlog in mei 1940 valt niet veel te vermelden en kwam terecht bij de telefooncentrale en de telex van het 4e Legerkorps, die hun Hoofd Kwartier in Bilthoven, Utrecht hadden. Er volgde nog een bevordering tot korporaal en werd later overgeplaatst naar Culemborg en was daar toen de oorlog met Duitsland uitbrak en wij terugtrokken achter de Waterlinie bij het plaatsje Meerkerk in de provincie Zuid-Holland. Het enige daadwerkelijk oorlogsgebeuren waarbij ik betrokken was, toen er een grote Duitse bommenwerper laag overvloog en blijkbaar op weg was met zijn lading naar Rotterdam, ik op hem schoot met mijn karabijn, maar het was blijkbaar mis want hij vloog rustig door en na die daad werd ik ook nog berispt door een luitenant dat niet meer te doen. Hij wist blijkbaar nog niet dat wij oorlog hadden met Duitsland. Het werd echter een heel korte oorlog en het Nederlandse Leger capituleerde al vrij spoedig voor de overmacht en De Duitsers beschouwden ons niet als krijgsgevangenen en wij mochten dan ook al vrij spoedig naar huis. Begin juni 1940 zwaaide ik af vanuit Zeist naar ons huis in Bennekom en dacht eindelijk alleen met Jans, maar ook dit was een misrekening want haar ouders hadden in Wageningen hun huis verloren door een bombardement en bij mij terugkomst waren zij en Jans haar broer zolang bij haar ingetrokken. Gelukkig vonden zij spoedig een ander huis en wel in de Gravinnenstraat te Wageningen waar zij helemaal opnieuw moesten beginnen, want al hun spulletjes waren verbrand in de Boterstraat.

De dag dat de Duitsers ons land binnenvielen was er ook nog een evacuatie geweest van de inwoners van Wageningen en zij vertrokken met grote Rijnaken naar het westen van het land en arriveerden in de plaatsje Zevenhuizen en vonden daar onderdak voor een paar weken en Jans, die in verwachting was en dus in Bennekom woonde, was maar met haar ouders meegegaan. Wel een paar dagen na mijn thuiskomst besloot ik maar eens terug te gaan naar de AKU en eens bekijken hoe of het daar verder met mij zou gaan. Ik moet echter nog zeggen daar geen voet te hebben gezet over de laatste tien maanden en wist dan ook niet wat er allemaal gaande was geweest over die periode. Toen ik mij melde vond ik al spoedig uit, dat iemand anders in mijn plaats was gekomen en dit werd dus een teveel. Maar nog dezelfde week kreeg ik een overplaatsing naar de Loonafdeling en was daar echt blij mee en deed daar heel veel ervaring op en het bleek later dat dit een erg succesvolle loopbaan zou worden voor mij op die Afdeling.

Het berekenen van de lonen van de werkernemers in de fabriek was gesplitst in twee aparte gedeeltes en wel een voor de normale werkers, zoals de vaklieden en de werkers van het Chemisch Bedrijf, Spinnerij en Wasserij. Voor het hele Textiel Bedrijf was echter een andere regeling en wel het z.g. Bedeaux systeem, hetwelk gebaseerd was op Arbeidseenheden. Ik zal hierover niet teveel zeggen, maar het kwam hoofdzakelijk hierop neer, dat 65 arbeidseenheden een normale prestatie was voor de meisjes en jongens en een ieder die meer presteerde dan 65 kreeg een extra betaling voor de totaal gemaakte arbeidseenheden over een week. Maar voor de jonge textiel-werkers was er een heel nare clausule aan verbonden wanneer zij bij de AKU in dienst traden, want zodra zij de 21-jarige leeftijd bereikten werden zij ontslagen en dit was iets wat na de oorlog de AKU een beetje in het verkeerde daglicht stelde. Dit was dus alleen voor de mannelijke werkkrachten en was niet van toepassing voor het vrouwelijk personeel.

Verder was er op de Loonafdeling nog een heel vervelende situatie tijdens de bezetting , want twee van onze collega's waren lid van de N.S.B. en een van hen verscheen zo af en toe in zijn fascistisch uniform op het werk en wij de anderen moesten dus wel heel voorzichtig zijn met onze uitlatingen. Soms gingen de discussies wel wat te ver en dan kregen wij te horen, stop er nu maar mee ,anders brengen wij jullie naar een plaats waar het niet zo leuk is. Het gevolg was dat er natuurlijk altijd een gespannen sfeer was en dit duurde tot het einde van de oorlog.

In die tijd ging de Vakbeweging ondergronds en haast iedereen zegde zijn lidmaatschap op, maar de Duitsers stichten een nieuwe Vakorganisatie en wel de N.A.F. (Nederlands Arbeids Front) onder leiding van de N.S.B.-er Woudenberg. De plaatselijke vertegenwoordiger van deze vakbond in Ede werd een zekere Arendsen, hij was een bankwerker bij de AKU en tevens een assistent -instructeur van de gymnastiek vereniging Sparta. Maar hij en zijn gezin kwamen min of meer ironisch om het leven toen er een Duitse V-1 precies op hun huis viel aan de Verlengde Maanderweg te Ede. Zijn buurman Frans Lamers die een fitter bij de AKU was, kwam er met zijn gezin goed vanaf en hadden alleen wat schade aan hun huis en die V-1 zal daar wel rekening mee hebben gehouden dat zij goede Nederlanders waren Voorts waren er ook nog enige Joodse medewerkers bij de AKU en wel de ingenieurs Gelber; Levison en Dr. Heimanns en voorts nog dhr. Rippe, die het magazijntje voor kantoor benodigdheden beheerde. Zij werden dus verplicht om de Davidster te dragen en de eerste drie zijn er goed doorheen gekomen, maar de laatste Rippe en zijn echtgenote werden opgepakt en naar een concentratiekamp in Duitsland gezonden en die hebben wij nooit meer terug gezien.

Het leven op de Loonafdeling ging zijn gewone gang en na verloop van enige tijd kreeg ik daar het baantje van kassier op de Loonafdeling en tevens het beheer over het spaarfonds.Ook had ik al eens een paar maal moeten invallen als de algemene caissière van de fabriek Mej. van de Brink met vakantie ging en dit was altijd een hele gebeurtenis voor mij, want zij was degene waarvoor ik altijd rekeningen in het dorp moest betalen toen ik nog een loopjongen was.

Gelukkig was er inmiddels een einde gekomen aan de oorlog en tot september 1944 was het voor de AKU nog vrij redelijk gegaan met de productie. Maar daar kwam een abrupt einde aan toen in september de luchtlandingen plaats vonden op de Ginkelse heide en dit werd vooraf gegaan door een bombardement om de Duitsers wat schrik aan te jagen en dit laatste is mij nog steeds een raadsel, want er was op dat moment geen Duitser meer in geheel Ede. In ieder geval dit bombardement werd funest voor de woonwijken in Ede-Zuid en er vielen dan ook honderden slachtoffers te betreuren en in de middag herhaalde zich dit nog eens, maar toen ten noorden van de spoorwegbaan Ede-Arnhem en met hetzelfde resultaat. Ook Wageningen kreeg er van langs vooral in de Sahara-wijk en daar vielen dan ook talloze doden te betreuren. Ook de AKU moest het ontgelden en de Elektriciteitscentrale kreeg dan ook een paar voltreffers die het bedrijf voor een lange tijd stil zou leggen. Bij dit bombardement verloor ik een van mijn vrienden en wel Willy Zittersteijn, die dusdanig werd gewond dat hij een dag daarna kwam te overlijden. Hij woonde met zijn gezin in de Twijnstraat en was werkzaam op de Personeels Afdeling. Ook de Veiligheids Inspecteur Dhr. van Loon van de AKU verloor door dit gebeuren zijn vrouw en dochtertje. Verder woonde op de hoek van de Blokkenweg en de Zijdelaan het gezin Plantinga, hij was een elektricien bij de AKU. Op de dag van de luchtlanding op de Ginkelse Heide, gingen twee zoons van hen daar een kijkje nemen en werden toen door de Duitsers opgepikt en zijn nooit meer teruggekomen.Verder weet ik mij nog heel goed te herinneren toen de eerste bom viel en wij woonden toen in Bennekom in 1940. Het was tegen middernacht en lagen pas in bed en plotseling was er een geweldige knal en zaten prompt overeind niet wetende wat het was. De volgende dag toen ik naar mijn werk ging werd het mij duidelijk want precies tegenover de Reehorsterweg en op het AKU-terrein was een enorme krater veroorzaakt door een bom. Het gevolg was dat heel wat huizen , die het eigendom waren van de AKU beschadiging opliepen.

In 1943 gingen wij verhuizen naar de Zijdelaan 3 te Ede en dit was precies dezelfde woning waar ik voordien woonde met mijn pleegouders en kwam dus wat dichter bij de fabriek te zitten en ook waren al mijn buren natuurlijk werkzaam bij de AKU. Maar dit laatste was heel normaal het maakte niet veel uit waar je in Ede of Bennekom woonde want de meeste buren waren AKU-nezen. Toen Mej. van den Brink, de caissière met pensioen ging kreeg ik haar baantje erbij en werd dus de Algemene Kassier van de AKU te Ede. Maar een jaar of drie later kwam er een vacature als administrateur voor de Ziekenkas en het hoofd van de Personeelszaken de heer van der Kolk, vroeg mij of ik dit baantje wilde hebben en zei toen vlug ja. Chef van de Loonafdeling was toen de heer Bok, aan wien ik de beste herinneringen bewaar en mij altijd rustig liet werken zonder zich veel met mij te bemoeien. Voorts als hij door vakantie of ziekte zijn werk niet kon mocht ik hem vervangen.

Het werk was veelomvattend , zoals het berekenen van Zieken- en Ongevallen Geld, de Administratie van de Kinderbijslag en toendertijd de Rentekaarten, maar Leo Brom was een goede hulp voor mij als een assistent. Voorts was ik administrateur van A.Z.O-fonds (aanvullend zieken- en ongevallengeld), bestuursleden waren hiervan dhr. van Nus, (voorzitter) en voorman in de Twijnerij; van Dreven (secretaris) en een timmerman en bestuurslid van de Bovenkamp, voorman in de Spinnerij. Verder was ik secretaris-penningmeester van de AKU-Reisvereniging, hetwelk inhield het verzorgen van een en tweedaagse reizen in het binnen-en buitenland. ( voorzitter was dhr Siep en een voorman in het Chemisch Bedrijf en dhr Hoen was bestuurslid en was werkzaam in de Garage) Dan was ik ook nog secretaris-penningmeester van het Jubileum Fonds, die avonden verzorgde voor het personeel die hun 25-jarig dienstverband vierden in de Reehorst.(voorzitter dhr. Thiele, bestuursleden Mej.Grootveld van de Monsterkamer en verder dhr. Driessen (Magazijn-Boekhouding) ; Henk van der Scheur (Personeel-Afdeling) ; Demilt (Bankwerker)

Voor de Bond van Kantoorbedienden en Toezichthoudend Personeel had ik zitting in de beambtenraad en was tevens ook een vertegenwoordiger in de Ondernemingsraad van de AKU fabrieken. In die jaren was er op de Loonafdeling een flinke doorstroming geweest van personeel, wat ook op al de andere afdelingen hetzelfde was en de oudjes waren met pensioen gegaan of overgeplaatst naar elders. Op de Loonafdeling waren werkzaam in 1957 Dhr. Bok (chef) en de heren Slager; Jansse van Noordwijk (zijn vader was een Bankwerker); Jan Smit; Gerard Fellinger (zijn vader was Mr. Fellinger van de Bankwerkerij); Gerrit van Heusden uit Wageningen, later overgeplaatst naar de AKU-Arnhem; J.Klok; Arie Sanders en Buser, voorts nog Ginnie Muller (haar vader was voorman in de Zuurkelder) zij trouwde later met Caspers (zijn vader was voorman in de Spinnerij) en later kwam voor Ginnie Muller in de plaats Woutje van den Berg.

Voorts waren in de jaren van 1934 - 1957 de volgende personen directeur van de AKU te Ede en wel de heren Rathgeber; Nolet; van Hall en Tesselhof. Van deze was de heer Nolet zeker de meest humaanste persoon, erg vriendelijk en altijd bereid om iemand te helpen en hij maakte geen verschil tussen hoog en laag. Wijlen Willly Zittersteijn en ik kunnen dit beamen toen hij ons hielp dat wij een flinke loonsverhoging kregen die ons optrok met het andere personeel die op dezelfde afdeling werkten. Voorts toen onze stofzuiger het begaf en onderdelen tijdens de oorlog niet meer te krijgen waren, gaf hij toestemming dat de elektriciens dit zouden opfiksen.

Voorts over de eerste directeur den Hartog nog het volgende verhaaltje en bewees hij ook een goed karakter te hebben. Het was op een Sinterklaas feest te Ede, waar mijn vrouw toen zij nog een klein meisje met haar vader Willem van Druten naar toe ging. Dhr. den Hartog nam haar hand en Jansje mocht toen een mooi geschenk uitkiezen. Zoals ik reeds eerder vermelde trouwde ik met Jannetje van Druten, die ook werkzaam was op de A.K.U. en dat zou een doorn in het oog van Dhr. den Hartog zijn geweest, want hij wilde in zijn tijd niet dat jongens en meisjes met elkaar praten. Gelukkig voor ons en vele anderen was hij er niet meer want er zijn heel wat huwelijken gesloten tussen AKU-nezen. Om er maar een paar te noemen: Bart Kievit (bankwerker) en Bets Braber (text.lab); Snelders(loon-afd.) en Mej. Minkhorst (opzichteres); van Otterlo ( bankwerker ) en Haverkamp (admin.meisje); Hekelaar (tekenkamer) en Navest (schoonmaakster) en van Gijzen (laboratorium) en Jopie Meijer ( text.lab) en zo zou ik nog wel door kunnen gaan, want het begon een echte familie aangelegenheid te worden in het bedrijf, want er werkten vaders, zoons en dochters en zelfs een enkele grootvader.

Voorts heeft het sociale inzicht van de directie van ENKA-AKU ook wel een grote verandering ondergaan in vroegere dagen waren er inspectrices in dienst zoals de dames Meijerink en Gerritsen,die als er nieuwe werknemers zouden worden aangenomen er eerst op uit trokken om een rapport te maken wat het verleden van de sollicitant was geweest. Als hij een lid was van de toenmalige partij de S.D.A.P. en het dagblad "Het Vrije Volk"las of lid was van de Communistische Partij en de Waarheid las dan kwam zijn kans om werk bij de AKU te krijgen wel op een heel laag pitje te staan. Dit beleid behandelde men in latere jaren met meer soepelheid en het idee van de Amerikaan McCarthy, dat heel wat mensen verkeerde neigingen hadden liet men dan ook min of meer vallen.

Een grote verbetering kwam toen de directie sociale werksters aanstelde en het fonds voor bijzondere noden gesticht werd. Deze gehele nieuwe aanpak zorgde ervoor dat de verhoudingen tussen werkgever en werknemers een stuk beter werden.Ik herinner mij nog de navolgende Sociale Werksters en wel de dames Ruppert; de Groot; Brederode en van Brandele. Hoe groot de invloed de ENKA-AKU voor Ede was kwam wel tot uiting in de Gemeenteraad van die gemeente in 1956 toen bijna de helft van alle raadsleden werkzaam waren bij dit bedrijf. Om er maar enkele te noemen: Voor de P.V.D.A. Arie Roseboom (wethouder ) en werkte in de Buitenploeg; Toon van Rijswijk, was een bankwerker en later kreeg hij de technische leiding bij de bouw van het Continue Bedrijf; Wiebe Slager, administrateur van de Ziekenkas; en Mevr. Mes, zij was de echtgenote van dhr. Mes, chef van de Tekenkamer.Voor de K.V.P. hadden zitting dhr. Merlijn, de Hoofdmeester van de Wasserij en van Eekelen, was een spinner. Verder Wiegeraadt voor de C.H.U, hij was een bankwerker en werd wethouder. Vertegenwoordiger voor de VVD was dhr. Hali, chef Personeelszaken en de laatste voor de SGP was van Prooijen. De laatste herinner ik mij nog heel goed, want wanneer hij ziek was wilde hij geen ziekengeld ontvangen vanwege zijn geloofs overtuiging. Ik zal er nog wel wat vergeten hebben over die tijd.

Ook waren er toen heel wat clubs en organisaties die subsidie ontvingen van de AKU, zoals de Speeltuinvereniging "Vooruit" aan de Zandlaan, waarvan Bertus Lamers een bankwerker bestuurslid was. Het ENKA's Mannenkoor; de Toneelvereniging; de Foto club; Tafeltennis-club; Volley-bal en de voetbal vereniging Blauw-Geel en er zullen er nog wel meer zijn geweest.

Dan nog iets wat ik buiten de fabriek om deed in mijn vrije tijd en dat was ook heel wat en later zou blijken dat het teveel hooi op de vork voor mij was geweest en een abrupt einde betekende aan alles.Ik zat dus in de Gemeente Raad en was daar lid van de commissies voor het Onderwijs en Financien. Voorts voorzitter van de ouder-commissies van de Openbare Scholen in Ede-Zuid en aan de school aan de Ganzenweide en mede oprichter van openbare kleuter scholen en daarvan secretaris-penningmeester. De heer van Rijswijk (AKU) was voorzitter en samen kregen wij het gedaan met de hulp van heel wat vakmensen die allemaal bij de AKU werkzaam waren om al de stoeltjes en tafeltjes voor de kleuters te maken. Tot slot gaf het Gemeente bestuur toestemming dat wij de beschikking konden krijgen over leegstaande lokalen aan de twee Openbare scholen.

Ook waren er nog de talrijke functies in de Vakbeweging, zoals Bestuurslid van de Algemene Bedrijfsgroepen Centrale (ABC); de Kantoorbedienden- en Toezichthoudend Personeel in de ABC. dan nog Secretaris van de Edese Bestuurders Bond; Secretaris van de Stichting Eigen Gebouw en Secretaris van Zonnestraal, een vereniging tegen bestrijding van TBC. En mijn laatste functie was als een vertegenwoordiger van het N.V.V. in de Huuradvies-Commissie te Wageningen.

Nadat je het bovenstaande hebt gelezen kom je wel tot de conclusie dat ik mij niet verveelde in Holland en met mij tijd wel raad wist. Maar zo als ik reeds zei kwam daar eind 1954 wel een onverwacht einde aan in de vorm van een zware zenuwinstorting, die het mij onmogelijk maakte op dezelfde voet voort te gaan. Het kwam zonder vooraf een waarschuwing te hebben gekregen en ben daarna zeker een maand of twee met zieken verlof geweest. Daarna nog bijna twee jaartjes gewerkt maar zag uiteindelijk wel in dat het nooit meer zou worden zoals het voorheen was. Verschillende zaken kregen niet de nodige attentie en tot mijn grote teleurstelling kreeg ik ook niet veel help van anderen. Uiteindelijk kwam ik tot de voornaamste beslissing dat ik wilde leven en meer aandacht besteden aan mijn vrouw en kinderen. Maar de vraag was hoe!

wiebes6Caravan van Wiebe Slager, let op het kenteken In Ede en op de AKU was dit niet meer mogelijk, waar dan wel. In het laatst kwam ik met het idee om ergens anders geheel opnieuw te beginnen maar niet in Nederland en mijn oog viel toen op Australië en legde dit plan voor aan mijn vrouw. Tot mijn verbazing was zij het daar volkomen mee eens en bij het begin van 1957 begonnen wij hieraan te werken en gingen naar voorlichtigingsavonden in Arnhem. In maart van dat jaar kregen wij het bericht, dat we in augustus konden vertrekken met ons gezin. Zo de 12e augustus gingen wij met het schip "De Waterman" naar Australië en het ongewisse tegemoet niet wetende waar wij zouden belanden. Maar wij beschouwden de hele onderneming als een uitdaging wel wetende dat zij niet op een kantoorbediende zaten te wachten. Wij kwamen aan op de 12e september in Melbourne en stuurden ons nog dezelfde dag door naar Adelaide in South-Australia. Na twee weken kreeg ik reeds een baantje bij een grote automobielen fabriek van General Motors als een magazijnbediende en een paar maanden later werd ik geplaatst op het kantoor van de nieuwe fabriek in Elizabeth en kregen wij tevens een woning toegewezen van het gouvernement in die plaats. Het is ons hier altijd heel goed gegaan en toen ik 60 jaar werd ben ik met pensioen gegaan om met mijn vrouw door heel Australië te toeren met de caravan.

Met mijn zenuwen ging het ook heel goed en het enigste baantje wat ik hier ooit deed was, dat ik een aantal jaren voorzitter ben geweest van een Hollandse georiënteerde voetbalclub "Orange" waarvoor mijn beide zoons John en Wil speelden. Later behaalde ik ook nog het trainers diploma van de Australische Voetbalbond en trainde toen verschillende 1e klassers hier.

wiebes7Afscheid van Wiebe Slager in juli 1957

Verder hebben wij hier nog wel wat oud AKU-nezen ontmoet en wel de familie Kerseboom die in Melbourne woonden. Willy was een voorman in de Spinnerij te Ede en in Melbourne heeft hij zelfs een tijdje gewerkt bij een Viscose fabriek en in latere jaren werd hij een conciërge van een grote fabriek in Melbourne en wat mij het meest verbaasde was dat Kerseboom een hoge functie beklede in de Vrijmetselarij. Wel hij en vrouw zijn inmiddels al weer jaren geleden overleden. Het was altijd een familie die niet veel geluk kende, want toen zij te Ede in de 1e Parkdwarsweg (later Willem Witsenlaan) woonden waren er ook al enige kinderen op jonge leeftijd overleden en dit vervolgde zich hier ook. Want hun oudste zoon kwam hier om het leven bij een auto ongeval en dit gebeurde al toen zij nog maar net hier in Melbourne aankwamen en verder overleed een andere zoon aan een hartaanval. Verder kwam een broer van Kerseboom om het leven bij een ongeluk op de AKU te Ede. Wij zochten elkaar nog wel eens op als de vakanties er waren. Verder was daar in Melbourne nog de familie Braafhart, waar hij werkte bij de AKU, dat weet ik niet meer. Zijn vrouw was er een van Hazeleger aan de Zandlaan en hebben hen ook wel eens ontmoet. Voorts nog een zekere Thijssen hij kwam uit Lunteren en was een bankwerker in de Twijnerij en werkte hier bij dezelfde fabriek als ik. In die jaren vertrokken ook nog een zekere de Longste die zich in West-Australia vestigden en Arie van Ginkel en zijn gezin, hij was een instrumentmaker en ging naar de plaats Albury in New-South Wales. Verder was in 1953 Jaap Groeneveld met zijn gezin hier al aangekomen. Zij woonden toen in de Weerkruislaan te Bennekom en wel vlakbij ons. Hij was eerst een tijdschrijver in de elektriciens werkplaats en later op de personeelsafdeling en bij zijn vertrek naar Australië was hij de archivaris van het gehele bedrijf.

wiebes8 Afscheidsrede van de voorzitter van het A.Z.O.fonds Dhr. van Nus

Zijn vrouw is al weer enige jaren geleden overleden maar Jaap is nu 89 jaar en woonachtig een paar straten van ons vandaan en wij zoeken elkaar dan ook vrij regelmatig op. Mijn vrouw en ik zijn over de jaren een paar keer terug geweest naar Holland, de eerste maal was dit in het verband met het overlijden van mijn schoonvader Willem van Druten en mijn Zwager Bertus van Druten, beide stierven in dezefde maand en dit was in augustus 1976.

Van die gelegenheid maakte ik gebruik om de AKU nog eens te bezoeken, maar afgezien dat ik alleen Jan Smit; Kreuze; van de Brink en mej. van de Goot uit mijn tijd nog zag werd het wel een ontgoocheling want het hele bedrijf nog eens doorlopende zag ik geen enkele bekende meer en het was overal akelig stil in vroegere dagen toen ik er nog was werkten daar zeker vierduizend mensen en ben dan ook maar gauw weggegaan. Wel al met al is het nog een heel verhaal geworden over mijn jaren bij de AKU te Ede, misschien is het teveel of te weinig dat kan ik niet beoordelen maar mijn bedoeling was om zoveel mogelijk mensen en namen te noemen van oud werknemers om ze een beetje aan de vergetelijkheid te ontrukken.

Ook wens ik al degene die nu hun ontslag hebben gekregen dat zij spoedig weer werk mogen vinden en dat het hen en hun gezinnen goed moge gaan in de toekomst.

Australie (2002), Wiebe Slager.

Lees hier het vervolg van Wiebe.


Note van de webmaster:
Wiebe Slager is op 29 januari 2009 op 91 jarige leeftijd overleden.
© 2016 Historisch Museum Ede. All Rights Reserved.

Design: @Magic