enka

Invasiegeld in 1945

Het aantal medewerkers bij de toenmalige AKU in 1945, werkzaam op de fabrieken en kantoren in Arnhem en Ede telde ongeveer 5100. Heel wat minder dan de Akzo-Nobel Fibergroep in Nederland nu telt.
Nu 50 jaar geleden waren de AKU bedrijven door oorlogsomstandigheden voor een belangrijk deel vernietigd en produceerden niet meer. We vroegen ons af waar de toenmalige medewerkers van hebben geleefd. Verdiensten door arbeid waren er niet. Ook de administratieve diensten van de bedrijven functioneerden niet meer. In veel gevallen werd er een jaar lang niet gewerkt en dus geen inkomsten? Allerlei zaken moesten toch aangeschaft worden. De belangrijkste levensbehoeften waren toen eten en wonen. Aan luxe dingen zoals kleding, schoeisel, werd in die tijd minder gedacht. De Nederlandse bevolking leefde in de meest primitieve vorm die we ons maar kunnen voorstellen. Maar ook voor eten en wonen waren middelen nodig en waar haalde men het geld vandaan?
In het archief vonden we naast de verhalen in 'de Spindop' informatie hoe het één en ander geregeld was. Het gemiddelde inkomen van een gehuwde werknemer lag tussen de NLG 20,-- en NLG 35,-- in de week. In de periode dat de bedrijven nog produceerden was er in 1944 al sprake van een zgn. invasiegeld. Dat lag in de buurt van NLG 100,--. Werknemers konden dat verzilveren bij de bank, wanneer inderdaad de bedrijven moesten stoppen omdat de geallieerde invasie begonnen was. Men had toen nog heel geen idee waar en wanneer dat plaats zou vinden.
Wij weten nu hoe het allemaal gelopen is. Maar toen was dat een grote onzekerheid.

Toen de invasie plaats vond in juni 1944 draaide de fabriek nog, maar tijdens de slag om Arnhem stopte de produktie. Daarmee hield ook de communicatie tussen de personeelsleden en de fabrieken op, vooral ook door de massale evacuatie in Arnhem en het gebied ten zuiden van Ede. Ook de oorlogslinie tussen de grote rivieren was voor de Betuwenaren een onmogelijkheid om nog contacten te kunnen hebben met de fabriek. Velen van hen werden geevacueerd naar Brabant en Limburg.

Een groot deel van de personeelsleden kwam door dit alles in financiële problemen, want het evacuatiegeld van NLG 100,- was verre van voldoende. Enkelen hadden geluk door nog wat voorschotten te krijgen middels contact met de fabriek en bedrijfsleiding. Maar door anderen is er ontzettend veel armoede geleden.
Direct na de bevrijding in mei 1945 werd in Arnhem en Ede een wachtgeldkantoor opgezet en alle personeelsleden werden daar geregistreerd. Men ging na of het invasiegeld was opgenomen en wie evacuatiegeld had gehad. Evacuatiegeld was geld dat geevacueerden kregen van gemeentebesturen waar men geevacueerd was. Die voorschotten moesten verrekend worden. Al gauw kon tot betaling overgegaan worden en er werden bedragen uitgekeerd van NLG 100,-- tot NLG 1200,-- per medewerker. De eerste keer, verhaalt de historie, was dat een bedrag van NLG 600,--.
Daarna bleven de werknemers wekelijks een wachtgeld ontvangen tot de bedrijven weer een werkplek hadden. Dat duurde voor velen tot september 1945.

Door deze wachtgeldregeling kon de AKU ook rekenen op arbeidskrachten wanneer de fabrieken weer volop gingen draaien. Er is toen veel geld uitgekeerd in een non-produktieve periode. De bedrijven produceerden niet. Er werd niets verkocht. En er moest veel geld uitgegeven worden aan de opbouw van de fabrieken.

© 2016 Historisch Museum Ede. All Rights Reserved.

Design: @Magic