enka

Garagecomplex

46.htm3Wanneer we naar ons werk gaan, passeren we het rustige garagecomplex. Dat rustige is ooit anders geweest. De beide grote terreinen worden alleen nog maar gebruikt als parkeerterrein voor de auto's van onze medewerkers. Vroeger, het lijkt wel een sprookje, stonden op die terreinen bussen en vrachtauto's. De duizenden personeelsleden hadden nog geen auto en kwamen op de fiets. De fietsenstallingen lagen achter het parkeerterrein in grote nishutten. De wandelaars moesten langs de garages lopen en dan was het goed uitkijken, want het was een gaan en komen van vrachtauto's en bussen. Dat ging dag en nacht door. Voor de garage stond ook nog een benzinepompstation. Eén en al leven en we vroegen ons af, waar dat toch allemaal gebleven is? Een stuk vergane glorie? Neen, niet helemaal, lees maar.


Wanneer we teruggaan in de tijd en de eerste luchtfoto van ons bedrijf bekijken, staat het garagecomplex er nog niet op. Een aantal jaren later gedeeltelijk wel. In die eerste jaren gebeurde het transport van grondstoffen en gereed produkt met de trein. Dat betekende veel treinverkeer naar en over het complex. Vrachtauto's waren er nog niet, wel sleperswagens, getrokken door paarden. Tegen de jaren dertig kwamen er bussen voor het vervoer van personeel uit de wijde omgeving. Enka had een eigen vervoersafdeling, de E.V.A. genaamd. De afkorting van Enka Vervoers Afdeling.

NB46.h11

Het onderhoud en reparaties van de bussen gebeurde in de garages. Aan die bussen mankeerde nog wel eens wat.
De bussen hadden massieve banden en de wegen waren ook nog niet zoals tegenwoordig. Ook de techniek stond nog in de kinderschoenen. Door de dagdienst en de ploegendiensten reden er bijna altijd bussen op de weg, of kwamen thuis of gingen weg.
De chauffeurs maakten lange dagen, vooral in de winter als de wegen slecht begaanbaar waren.

 

 



Vanaf 1928 kregen ze allemaal nette uniformen met pet, dit werd natuurlijk feestelijk in gebruik genomen .   Zie de foto hieronder.


eerste uniformen chauffeurs 1928


De woningen voor het complex werden bewoond door het leidinggevend personeel van de garages. In 1926 werkten er op het bedrijf 5200 medewerkers. Dat liep geleidelijk terug en daarmee ook het aantal bussen. In 1969 reden de laatste E.V.A. bussen en ging het afgeslankte personenvervoer naar een buitenfirma. Dat betekende niet dat het rustiger werd bij de garages.
Geleidelijk kwamen voor transport vrachtauto's. Het vervoer met de trein, vooral voor gereed produkt, werd te onhandig. Als eersten werden de textielfabrieken in Nederland bevoorraad met garen m.b.v. vrachtauto's. Dat begon al voor de tweede wereldoorlog. Later ook naar Duitsland, België en Frankrijk. Naar landen die verder weg lagen, ging het transport nog met trein en boot. De vrachtauto's werden groter en zwaarder. In 1956 reden 21 auto's van 6 en 7 ton en daarbij nog opleggers van 16 en 22 ton laadvermogen.

NB46.h13

In die jaren was het zo geregeld bij de toenmalige AKU, dat elk bedrijf zorgde voor transport van gereed produkt. In Arnhem zetelde wel de verkoopafdeling.
In 1956 werden de garages verbouwd en uitgebreid. Er kwamen nieuwe smeerkuilen waar o.a. de lange vrachtauto's op konden rijden. Er waren automonteurs, elektriciëns. Een aparte carrosseriewerkplaats met spuiterij. Ook een lasafdeling en smederij zijn bij de verbouwing meegenomen. Een onderdelenmagazijn om snel reparaties te kunnen uitvoeren was aanwezig.

46.htm4

Het onderhoud van de bussen en vrachtauto's vroeg veel aandacht. Wanneer de auto's de weg opgingen moesten ze in goede staat zijn. In noodgevallen rukte een servicewagen uit en vroegere medewerkers herinneren zich nog wel dat als hun bus met panne ergens stond, er ijlings een reserve bus aanrijden om toch zo snel mogelijk het personeel naar de fabriek of naar huis te brengen.

 46.htm11

Na de bussen verdwenen ook de vrachtauto's van het garagecomplex. In Arnhem op de Kleefse Waard werden grote magazijnen neergezet met een garagecomplex. De toenmalige AKU ging het vervoer van gereed produkt centraliseren. Door een betere efficiency was dat goedkoper. Dat vond plaats in de zestiger jaren. Daarna is het rustiger geworden bij de garages. De hobbyclub heeft daar nu een ruimte. Het mannenkoor zit in het voormalige schaftlokaal van de chauffeurs en de overige gebouwen worden gebruikt voor opslag van bedrijfsmaterialen. De grote terreinen zijn nu grote parkeerterreinen.
Onze bedrijfsbeveiligingsdienst houdt daar een oogje op.

NB46.h12

© 2016 Historisch Museum Ede. All Rights Reserved.

Design: @Magic