enka

Jubileumjaar 1989

Dit jaar (1989) is het 70 jaar geleden dat onze fabriek in gebruik werd genomen. Een gebeurtenis om even bij stil te staan. In 1919 werd begonnen met de bouw van de fabriek en de leider van deze bouw was Jonkheer J.M. van de Bosch.

NB40.h4J.M. van de Bosch

 

Bouwplaats:

In samenwerking met de Glanzstoff-fabrieken dacht aanvankelijk Dr.Hartogs, kort na de Eerste Wereldoorlog, aan een plaats in Duitsland, even over de grens. De andere serieuze bouwplaatsen in Nederland waren Heerlen, Winters­wijk, Haaksber­gen en Enschede.

De keuze viel op Ede vanwege de goede kwaliteit van het water. In de oude annalen lezen wij dat dit de doorslag heeft gegeven, anders was het Winterswijk gewor­den.

Ede bood nog meer voordelen, zoals langs het spoor, goedkope bouwgrond en de haven van Wageningen was ook niet zo ver weg. De toenmalige burgemeester van Ede was erg vooruitstrevend en zal zeker als goed burgervader een goed woordje over Ede gezegd hebben.    

 

De fabrieksbouw:

NB40.h5

De heer Van de Bosch kwam op 1 mei 1919 in dienst van de Enka met als eerste opdracht "bouw een grote fabriek". Hij genoot zijn opleiding als genie-officier aan de KMA in Breda. In Ede kon hij zijn vleugels uitslaan. Dat dit wel nodig was kan men zich voorstellen. Ca. 170 mensen uit de omgeving, die vroeger als landarbeider in Duitsland werkten, deden de grond- en rioolwerkzaamheden. Het bouwterrein, toen "schraaljammer" geheten, moest geheel geëgaliseerd worden. De diepboormaat­schappij "De vulcaan" uit Leeuwarden verzorgde de watervoorziening door het boren van de bronnen. De firma Hermes uit Barmen verzorgen de ijzeren con­structies. Allemaal klinknagels, wat nog steeds duidelijk te zien is. Voor het metsel- en timmerwerk liepen 100 man van de Nederlandse Aannemingsmaat­schappij. Ongelooflijk veel organisatietalent moet nodig geweest zijn om zo'n immens complex voor die tijd te bouwen. Zijn opleiding als genie-officier zal zeker bijgedragen hebben tot het goed leidinggeven.   Het bedrijf werd in een vierkant gebouwd met op de hoeken torens en in het midden een grote binnenplaats voor onder andere de energiecentrale. De gevelmuren waren 234 meter lang. Een vierkant dus.

 

Het gebouw had een hoogte van 8 meter. Het dak heeft een oppervlakte van 50.000 m², waarvan 15.000 m² glas. Cijfers, die ons doen afvragen, hoe ze dat voor elkaar hebben gekregen. Let wel, alles ging met paard en wagen, kruiwagen en spade en niet met het moderne gereedschap van deze tijd. Iets langer dan een jaar heeft men er over gedaan.

a40.ht2Op bijgaande luchtfoto het bedrijf na het gereedkomen.

 

Produktiemiddelen:

Na het geleidelijk afbouwen van de ruimtes werd het bedrijf gevuld met spinmachi­nes, haspelhamers, de energiecentrale kreeg zijn ketels en generatoren. De energiecentrale, toen ketelhuis genoemd, moest een vermogen leveren van 2.000 KW voor de benodig­de beweegkracht in de fabriek en de stoom voor verwarmings­doeleinden. De 75 meter hoge schoorsteen (de dikkere was er nog niet) was in de verre omtrek zichtbaar. In januari 1922 was het bedrijf volledig klaar en ging draaien. De jonkheer was de eerste directeur van Ede. Het eerste jaar werd met verlies gewerkt, maar vanaf 1923 ging het beter. In 1924 werkte de fabriek op volle capaciteit. Maar toen was de heer Van de Bosch niet meer in dienst. De bedrijfsdirecteur was toen Ir. J.M.M. Menthen.

Later kwam de heer Van de Bosch terug als chef technische dienst in Ede en wat later als directeur van AKU in Arnhem. 

© 2016 Historisch Museum Ede. All Rights Reserved.

Design: @Magic