enka

Directie in oorlogstijd

In de maand september wordt op de Zuid Veluwe herdacht wat 50 jaar geleden plaats vond. De slag om Arnhem. Wanneer u dit artikel leest, is het inderdaad precies 50 jaar geleden dat de strijd om Arnhem woedde en verloren werd. Ook ons bedrijf heeft toen geduchte klappen gekregen. In de 5 jaren van bezetting van Nederland kon het bedrijf lange tijd garen blijven spinnen, zij het onder zeer moeilijke omstandigheden.
Begin september 1944 kreeg de toenmalige directie opdracht van de bezettende macht de produktie te stoppen en het bedrijf te sluiten. Vanaf dat moment begon een zekere aftakeling van het bedrijf. Vooral door de bombardementen door de geallieer­den en later het leeghalen van de fabriek, zoals machines en apparatuur, door een speciaal commando van de bezetters.
Naast de grote teleurstelling dat de bevrijding bleef steken bij de Rijn, was er ook het machteloos toezien door directie en werknemers hoe het bedrijf en gebouwen overgeleverd waren aan de elementen.
De directie werd toen gevoerd onder leiding van de heer H. Nolet, toen in de functie van bedrijfsleider. Later is deze functie bedrijfsdirecteur geworden. Hij werd in deze functie benoemd op 31 maart 1937 en is gebleven tot aan zijn pensionering op 1 maart 1952.

noleto12H. Nolet.

Een derde deel van zijn directeursperiode viel in de oorlogsjaren. Het zijn voor hem en zijn medewerkers zeer moeilijke jaren geweest. Ontzaggelijke problemen hebben zich voorgedaan, met zelfs het risico om als gijzelaar vastgezet te worden, wanneer er omstandigheden voordeden die niet naar de zin waren van de bezetters. Het hoofd koel houden was belangrijk en in een schrijven van hem lezen we dat in het bedrijf niet aan politiek gedaan mocht worden.
Al in december 1939, tijdens de mobilisatie van het Nederlandse Leger, moesten beide schoorstenen gereed gemaakt worden voor vernietiging. Dat is bijna gelukt.
Op de eerste oorlogsdag 10 mei 1940 waren om 12.30 uur al 9 gaten geboord in de afzuigschoorsteen. Maar toen de Genie hoorde dat de vijand al in Arnhem zat, zag men geen kans meer de zaak af te maken. Wel werd in de nacht van 10 op 11 mei vanaf de Grebbeberg (verdediging) getracht met granaatvuur de afzuigschoorstenen te vernietigen. Zij werden niet geraakt, wel de huizen aan de Sportlaan en Bennekomse­weg, die werden ernstig getroffen.
Na 15 mei 1940 moest de directie zich schikken naar de bevelen van de bezetters.
Al op 27 mei kwam er bericht dat er censuur was op de uitgaande post. Alle poststuk­ken moesten via de directie in Arnhem lopen. In diezelfde maand moesten alle ramen op het dak en aan de zijkanten verduisterd worden. Dat gebeurde met blauwe verf. Daar werd streng op gelet. We lezen in een schrijven aan het personeel het volgende: 'De Duitse militaire autoriteiten die vanaf de kijkpos­ten op de kazernes o.a. onze fabriek controleren, hebben gedreigd met het schieten met afweergeschut ingeval lichtuitstraling plaats vindt. Bovendien zullen de verantwoordelijke personen voor het "krijgsgerecht" worden gebracht.'
In een mededeling op 18 oktober 1940 aan het personeel werd afgeraden en verboden om bij luchtalarm naar buiten te gaan.

a59.ht16

De schuilruimtes zouden voldoende veiligheid bieden. De directie dacht ook aan de privé omstandigheden van haar mensen. Weer in een andere mededeling staat dat wanneer werknemers verstoken waren van gas en elektriciteit en daardoor geen verlichting thuis hadden, er een beperkte hoeveelheid carbid beschikbaar was. De ouderen weten nog wel dat carbid met water reageert tot een brandbaar gas. Bepaalde lichttoestellen konden daardoor licht geven.
Ook met de potten en pannen van de huishoudens was het in 1943 al slecht gesteld. De werkplaats mocht potten en pannen repareren. Maar in een bepaalde maand liep het zo storm, dat er 2 weken geen reparatie aangenomen werd!
De aangestelde schoenmaker repareerde de schoenen met oude bedrijfsriemen, ook hij kon het werk soms niet aan.
De cellulose-aankoop gaf grote verrassingen voor de heren chemici. Wanneer in vroegere jaren werd overgegaan van het ene soort cellulose op die van een ander fabrikaat, duurde dat maanden. De oorlogsjaren veranderde dat volledig. Men kocht maar wat men kon krijgen. In 4 jaar tijd werkten we met 13 verschillende fabrikaten en 57 maal werd van cellulose gewisseld. Daaronder gebruikten we ook veel beuken­cellulose.
Ook de aanvoer van zwavelzuur en loog stagneerde dikwijls.
Wat ook een bron van zorg was, was de kolenaanvoer voor de energiecentrale. In november 1941 moesten hals over kop kolen aangevoerd worden vanuit Arnhem. Er waren toen nog maar voor een paar uur stoken kolen aanwezig.
Ook in de huishoudens van de werknemers was er een tekort aan brandstof in de winter. Ter leniging van de ergste nood werden twee houtzagerijen op het fabriekster­rein geplaatst. Hout werd in bruikbare stukken gezaagd en aan het personeel verstrekt.
Het ziekteverzuim van de werknemers nam aanzienlijk toe en werd veroorzaakt door de slechte voedselomstandigheden en de stress door de oorlog. In 1939 (voor de 2e wereldoorlog) was het gemiddelde aantal zieken voor de mannen 1,4%, in 1944 was dat 19,2%. Bij de meisjes was dat resp. 2,5 en 20,6%. Er werden vitaminetabletten verstrekt en de keuken in ons bedrijf zorgde voor extra voeding. Het rijksbureau voor voedselvoorziening schreef voor wat er gegeten mocht worden. Toch had men soms wat eten over en er werden door de bedrijfsleiding 8 biggen clandestien gekocht en vetgemest in de stallen van Hoekelum. Na het slachten gaf dit vlees verbetering van de kwaliteit van het eten. In oktober 1943 begon de bezetter mannelijke werknemers uit de bedrijven te recruteren (aanwijzen) om naar Duitsland te sturen voor arbeid in de fabrieken daar. Met medewerking van de directie in Arnhem heeft men dit lange tijd kunnen vertragen (saboteren) en later naar verhouding mondjesmaat laten gebeuren. Vanaf oktober 1942 tot eind juli 1943 zijn in totaal 291 mannen aangewezen. Een deel daarvan dook onder.

De luchtbescherming was een dienst die in de oorlogsjaren was opgericht. Vanaf het dak boven de poort, waar nu het logo staat, was een houten bouwwerk opgetrokken en de luchtbeschermingslieden moesten de hemel afzoeken op vliegtuigen en zonodig alarm geven. In een mededeling (instructie) lezen we dat alle leden van de luchtwacht op de hoogte moesten zijn waar de hoofdafsluiter van het lichtgas zich bevond aan de Bennekomseweg, om ingeval van bominslagen, de afsluiter direct dicht te kunnen draaien.
Er vielen nog weleens luchtdoelgeschutmissers in de omgeving van het bedrijf. Op Nieuw Reemst stond een batterij luchtafweergeschut. Deze granaten ontploften dan op de grond!

Eten en drinken was tegen het einde van de oorlog de eerste levensbehoefte geworden. Op het fabrieksterrein werden volkstuintjes aangelegd en vele werknemers hadden een stukje grond van 200 m². Zo werden de hark en spa meegenomen naar het werk, om na het werk nog even wat te doen. In februari 1943 kon men tegen gereduceerde prijs mest en zaaigoed kopen (bestellen) bij de heer Zittersteyn op de loonafdeling.

DSC02198Het monument voor de gevallen Enka slachtoffers.

Zo gebeurden er in die jaren allerlei zaken en men wist niet wat er de volgende dag voor spannende dingen gingen gebeuren. Niets was zeker. Gebeurtenissen die in deze tijd vreemd aandoen, maar het is allemaal wel gepasseerd en een heel klein deel van het grote verhaal hebt u kunnen lezen. Het bedrijf en haar bemanning had in die jaren terugkijkend een goede directie onder leiding van de heer Nolet. Het is hem wonderlijk goed gelukt het bedrijf en de bemanning bijelkaar te houden tot de septemberdagen nu 50 jaar geleden. Toen was het fini.

© 2016 Historisch Museum Ede. All Rights Reserved.

Design: @Magic