enka

ENKA na de eerste wereldoorlog

De oorlogsindustrie:

Pas na de Eerste Wereldoorlog van 1914-1918 en eigenlijk nog maar kort na de oprichting van de Enka, kwam de grote bloei van ons produkt, de kunstzijde. Tijdens die oorlog werd het bedrijf draaiende gehouden door kunstzijde te leveren aan de oorlogsindustrie. In de kardoezen voor het geschut werd namelijk zijde of katoen verwerkt en toen dit niet meer in voldoende hoeveelheden te krijgen was, gebruikten de wapenfabrieken kunstzijde. Daar werd goed aan verdiend en de prijzen sprongen omhoog. De onderneming maakte mooie winsten.

 

Uitbreiding produktie:

De fabriek in Arnhem maakte in 1918 3.000 kg. garen per week en dat werd al spoedig uitgebreid tot 6.000 kg. per week. Hoeveelheden waar we nu om glimlachen. Bedrijf Ede werd gebouwd en de eerste nederzetting in Arnhem werd belangrijk uitgebreid. De kunstzijde veroverde in die tijd de wereld. Het werd een geduchte concurrent voor de wol- en katoenindustrieën. In de jaren 1937 en 1938 was Nederland, naast Japan en Italië, de grootste producent en exporteur van dat nieuwe produkt. Om een indruk te geven van deze groei was het feit dat het bedrijf qua ruimte en personeel te klein was om zoveel werk te verzetten. Er werd toen in Hillegersberg (Rotterdam-Noord) een grote sorteerhal gebouwd, waar honderden meisjes werkten.


05.htm1Op bijgaande foto, gemaakt in Ede, de pauzerende meisjes uit die tijd. Deze foto is gemaakt aan de westzijde van de fabriek.


Ontslag van personeel:

En zo werkten er in Ede in 1928 5200 mannen en vrouwen. Het was ongeveer het einde van de grote opmars van de kunstzijde. Er was een goede markt, maar de concurrentie in Europa werd groot en de prijzen daalden aanzienlijk.
Om een indruk te geven van het prijsverloop, het volgende staatje. De genoemde prijzen zijn per kilogram in :

1918    f 29,15
1920    f 20,60
1922    f 08,55
1924    f 05,85
1926    f 03,95
1928    f 03,85
1930    f 02,70
1932    f 02,00
1934    f 02,00
1936    f 01,70
1938    f 02,00

In werkelijkheid was de daling nog veel erger. De gemiddelde titer daalde en daar de prijzen per kilogram voor dunnere garens hoger was dan van de dikkere garens, begrijpt u dat de daling in feite nog hoger was. Er werd met verlies gewerkt en maatregelen volgden. Een zeer groot aantal van de toenmalige werknemers werd ontslagen.

Produktieprocesverbeteringen:

Het ontslag van veel personeelsleden werd mogelijk gemaakt door belangrijke proceswijzigingen in de produktiegang. Het bleken van het garen gebeurde niet meer op strengen, maar door een zogenaamde doorpersmethode van spinspoelen. Dat deed de grote haspelkamers verdwijnen. Ook alle baden, waar de strengen garens in gebleekt werden, verdween.
Tevens werd het garen niet meer verkocht op strengen, maar op spoelen. Hiermee werd tevens bereikt dat de kwaliteit van de garens sterk verbeterd werd, maar ook met de kostprijs kon Enka haar positie handhaven.
De personele maatregelen hebben echter in die jaren de Enka een slechte naam bezorgd. Objectief gezien moest dit gebeuren vanwege het voortbestaan van de onderneming. Dat sluit niet uit dat er in die crisisjaren veel leed was en veel ouderen zullen dit van hun ouders wel eens vernomen hebben.
Door het voortbestaan van de onderneming hebben toch duizenden mensen hun werk kunnen behouden en het bleef de grootste fabriek in Ede.

Heel veel Edenaren hebben na die jaren een korte of langere tijd in de fabriek gewerkt en het imago van het bedrijf is later gelukkig beter geworden.

© 2016 Historisch Museum Ede. All Rights Reserved.

Design: @Magic