enka

Sponzenfabricage

Tot de veertiger jaren waren nagenoeg alle gebruiksartikelen gemaakt van natuurlijke grondstoffen. De weinige kunststoffen die er toen waren en nog wel bekend zijn, waren celluloid voor poppen en films, bakeliet voor radiokasten en luidsprekers, cellofaan voor verpakkingsdoeleinden o.a. sigaren.
En men had natuurlijk ook al de kunstzijde.
Een natuurlijk product, dat toen gekocht kon worden bij de drogist, was de spons. Wanneer onze grootouders de ramen gingen schoonmaken (lappen noemde men dat) gebruikten ze daarvoor de echte natuurspons. Deze sponzen groeiden als algen onder op de zeebodem in subtropische gebieden. Duikende mannen sneden dat van de zeebodem en na simpele bewerkingen kon men de spons gebruiken. Het was niet goedkoop, maar wanneer men er voorzichtig mee omging kon de spons lang meegaan.

iDe doekjes straat.


Zoals met zovele producten werd de markt verstoord door de tweede wereldoorlog. Ook de sponzen kwamen het land niet meer binnen. Ramen schoonmaken deed men op het laatst met oude vodden. Soms werd een oude versleten spons omwikkeld met een zeem en dichtgenaaid. U begrijpt dat aan het einde van de oorlog in 1945 geen spons meer te vinden was in Nederland.

hInpakken van de sponzen.


Maar ook na de oorlog bleef het tobben. De toenmalige Nederlandse regering had geen geldmiddelen (deviezen) beschikbaar voor de koop van sponzen. Uit die periode stamt de viscosespons. De toenmalige AKU in Ede startte in 1947 met de productie van kunstsponzen, mede als gevolg van gesprekken met inkoopbureaus van de Nederlandse regering. De eerste sponzen die wij toen maakten, leken ook veel op de natuursponzen, nl. bollen.

gsorteren en inpakken van die sponzen in de vijftiger jaren
eHet snijden (zagen) van de sponzen.

Het procédé was toen anders dan nu. Als sponzenbereider maakte men van het viscosedeeg bollen, die vervolgens werden afgewogen op een weegschaal en daarna gedeponeerd in het kokende zoutbad voor het coaguleren. Kwam iemand solliciteren en hij was bakker geweest, dan kwam zo iemand al gauw in de sponzenfabriek te werken. Het leek inderdaad veel op bakkerswerk.

dDe deegmolen.

cDe deegpersen.



Het uitwassen en bleken gebeurde in grote bakken. Met grote spaanders werden de sponzen verschept. Een droging in droogkasten was het laatste stukje werk vóór het inpakken. Een nieuw produkt kwam toen op de markt en al vrij snel vonden de viscosesponzen de weg naar de huishoudens. Ze zijn nu niet meer weg te denken.

Zou de moderne huisvrouw nog wel de echte natuurspons kennen?

bInpakken van de "bollensponzen".


Zoals het garenbedrijf heeft ook de sponzenfabriek een groot aantal moderniseringen in de loop der jaren gekend. Bollen maakt men al lang niet meer.

Bloksponzen zijn efficiënter en werkvriendelijker te maken en liggen ook beter in de hand bij het ramen lappen. Het produkt is nu 42 jaar oud en gaat naar de middelbare leeftijd toe. De markt is er, maar ook voor andere sponsfabrikanten. De concurrentie kan worden gewonnen, wanneer wij een goede kwaliteit spons blijven maken tegen een redelijke kostprijs.

aEnkele producten.

© 2016 Historisch Museum Ede. All Rights Reserved.

Design: @Magic