enka

Geldmiddelen van de toenmalige AKU in 1944/1945.

Onder het hoofd "De lotgevallen van de AKU in 1944/45" schreef de toenmalige directeur, de heer S. van Schaik, een aantal artikelen, o.a. over de financiële positie van de AKU in de toenmalige "Spindop" van 1946. Vorige maand hebt u in de Nieuwsboom kunnen lezen over de wachtgeldregeling, evacuatiegeld en invasiegeld en stelden we de vraag: "Waar haalde de AKU toch de geldmiddelen vandaan?". Niet alleen om haar personeel uit te betalen, maar ook om de drie vernielde bedrijven weer op te bouwen! Uit de artikelen van de heer Van Schaik nemen we een aantal passages over die een beeld geven van de omstandigheden.
Een groot aantal AKU bedrijven stond in het buitenland, o.a. in Amerika, Engeland, Duitsland, Italië etc. Veel van deze bedrijven hadden weer aandelen in andere kleinere bedrijven. De AKU in Arnhem kreeg de baten van deze ondernemingen. Veel van deze bedrijven zijn in de oorlogsjaren door blijven draaien en hebben winst gemaakt.
De baten van deze bedrijven, o.a. van Amerika, waren aanzienlijk, maar konden nog niet overgemaakt worden naar Nederland, omdat Nederland bezet was.

Voor een deel van dit geld werden in Amerika weer waardepapieren gekocht die ook weer rente opbrachten. Deze winst, in totaal 20 miljoen, was beschikbaar. Direct na de oorlog werd dit geld door de Nederlandse overheid tijdelijk geblokkeerd, maar kwam spoedig beschikbaar. De AKU had verder 7 miljoen gulden aan waardepapieren tegoed van de Nederlandse overheid, die inwisselbaar waren. In de kas bij verschillende banken stonden geldmiddelen van ruim 1½ miljoen gulden beschikbaar. Bij elkaar een bedrag van 28½ miljoen gulden en dat was voor die tijd een groot bedrag.
Het bedrijf in Breda, de H.K.I., waar AKU de meerderheid van de aandelen van had, is vrij spoedig na de bevrijding van Breda weer gaan produceren en bracht baten op.
 

We lezen verder in de artikelen dat de oorlogsschade van de Nederlandse bedrijven 30 miljoen gulden bedroeg.
Ook de bedrijven in Duitsland hebben veel te lijden gehad van de oorlogshande­lingen. Voor de opbouw van de Nederlandse bedrijven een negatief punt, want veel materialen van Barmag hadden we nodig voor het herstellen van de twijn- en spinmachines etc. Andere Duitse bedrijven in het oosten werden aanvankelijk door de Russen leegge­haald. Met deze bedrijven zijn jarenlang geen contacten meer geweest.
Terug naar de geldmiddelen. Aan andere zgn. concernmaatschappijen is in het verleden geld geleend en dat is teruggevorderd tot een bedrag van 1 miljoen gulden.
De AKU kon beginnen aan de opbouw en het uitbetalen van salaristegoeden. Toch moest de AKU nog een bedrag van 10 miljoen gulden lenen om aan alle verplichtingen te kunnen voldoen. In het najaar van 1945 konden de bedrijven weer gaan produceren en werd er wat verdiend. Pas in 1946 ging het beter, maar er moest een behoorlijke prestatie door iedereen geleverd worden.
De heer S. van Schaik, directeur van de onderneming, eindigt zijn artikelen met een oproep aan het personeel: "We moeten allen, ieder op zijn eigen plaats en in zijn eigen werk, meehelpen het rode noodsein zo spoedig mogelijk neer te halen. Na de tijden van
ellende en onderdrukking zitten we allen vol verlangen en verwachtingen. We snakken naar een betere toekomst, waar we al die jaren naar hebben uitgekeken".
 

Notitie: De heer Van Schaik is in het eerste kabinet na de oorlog minister van Verkeer en Energie geweest voor ongeveer 1 jaar. In de zomer van 1946 werd hij opnieuw benoemd tot directeur

© 2016 Historisch Museum Ede. All Rights Reserved.

Design: @Magic