enka

Ernstige brand in 1988

Afgelopen januari is het al weer 8 jaar geleden dat we een zeer ernstige brand hadden in één van de textielafdelingen in de noord-oost hoek van het bedrijf. Inmiddels ook een stukje historie geworden. De omvang van de brand en de schrik zit nu nog bij velen in de benen.
Het gebeurde in de nacht van zondag op maandag 17/18 januari 1988. De brand woedde in de opslagruimte van wikkelkousen, hulzen etc. en ook daar waar net 1 jaar te voren twee nieuwe droogkanalen waren geplaatst. Alles werd een prooi van de vlammen.

NB16.h3

Omdat de brand in het weekend viel was er geen personeel in die afdelingen aanwezig. Zij die er als eersten kwamen waren medewerkers uit de conerij, o.a. de heer Willemsen met een paar coners die gealarmeerd werden door de rooklucht. Een paar rekken met wikkels konden ze nog wegtrekken, maar veel meer konden zij, door de rook, niet uitrichten.

NB16.h4

NB16.h5

Onze bedrijfsbrandweer was redelijk snel aanwezig en o.l.v. bevelvoerder Karreman werd er geblust. Van de brandweer (die dienst hadden) waren de heren Liotto, Teunesen, Thijssen en Buning aanwezig.
De heer Peters bemande de portiersloge en hij schakelde de alarmsignaleringslampen aan om 20.50 uur. Hij verrichtte verder alle handelingen die nodig waren bij deze brandcalamiteit; o.a. ook het waarschuwen van de gemeentebrandweer.
Deze was snel ter plekke. De heer Peters, die dienstdoend portier was, waarschuwde ook de heer Diepeveen. Zo zijn er in die eerste minuten ontzettend veel dingen georganiseerd. De heer Karreman kreeg assistentie van de gemeentebrandweer en samen poogden ze het overslaan van de brand naar naastgelegen afdelingen te voorkomen. Met veel lawaai en in een zee van vlammen stortte het dak in. De vlammen sloegen uit de ramen en voor velen was het duidelijk dat daar niets meer te redden viel.
Tijdens het begin van de brand waren ook snel andere bedrijfsfunctionarissen gearriveerd, o.a. de heer Ten Have die snel de conditioneerapparaten stop zette en zelf nog even hielp met blussen.
Ook de heer Roelofs van de elektrotechnische dienst was gealarmeerd en snel aanwezig. De energie centrale had de stroomspanning al afgezet en alle waterdruk op de noord-oost hoek gezet. De heer Roelofs heeft samen met de heer Heyman, en in overleg met de gemeentebrandweer, weer spanning gezet op bepaalde delen van het bedrijf, o.a. voor de verlichting, want het was behoorlijk donker.
De gewaarschuwde heer Diepeveen heeft afspraken gemaakt met de politie over de verdeling van de bewaking en de verslaggevers van de plaatselijke kranten even op afstand gehouden.
Zoals eerder geschreven, er is in die nacht door veel mensen hard gewerkt. De volgende morgen, bij daglicht, waren de gevolgen van de brand goed zichtbaar. Al snel werden schoonmaakwerkzaamheden verricht, o.a. in de opleidingstoren. Wonderlijk genoeg had de toren geen schade opgelopen. De plaats van de brand werd afgezet, daar mocht niemand meer komen. Na de inspectie werd na enkele weken begonnen met de sloop. De oorzaak van de brand is nooit bekend geworden. De schade heeft in de miljoenen guldens gelopen maar het bedrijf was daarvoor verzekerd.

NB16.h6

De brandschade is beperkt gebleven tot de opslagruimte met rook en glasschade in de naastgelegen afdelingen. Donderdags na de brand draaide de twijnerij weer volledig en tussen de brandplek en de krimperij werd het afgezet met zeilen (later een schot) en kon ook de krimperij weer draaien.


NB16.h2

De oudere weefdroogkasten gingen dinsdags na de brand al weer in bedrijf. De productieachterstand is door het overwerken op zaterdag ingehaald.

Na de afbraak werd snel begonnen met het bouwen van een nieuw gebouw. De zijmuren en ramen werden weer gelijk gebouwd zoals de andere muren, alleen het dak kreeg een andere constructie. De inrichting werd gelijk gemoderniseerd. Het langst duurde de herbouw van de twee weefdroogkasten.

© 2016 Historisch Museum Ede. All Rights Reserved.

Design: @Magic