enka

Enka-woningbouw in 1919

Toen Dr.Hartogs de grote plannen ontvouwde voor het bouwen van een groot bedrijf in Ede, kwam ook ter sprake waar straks de fabrieksbevolking moest wonen.Een groot bedrijf bouwen is één ding, maar je moet ook kunnen produceren.Machines kwamen wel, maar zonder menselijke arbeid spin je geen garen. Wil je dit doen, dan heb je mensen nodig. Een aantal mensen kon worden geworven uit de directe omgeving, maar dat was bij lange na niet genoeg. We praten dan over ettelijke honderden mannen en vrouwen in de beginfase. Vervoermiddelen waren er niet en niet iedereen woonde bij een spoorwegstation. Vele mensen hadden toen ook nog geen fiets. Bijna alles ging lopend.

deenka2 small

Goedkeuring  voor "Vooruit" van 25-10-1919, door Koningin Wilhelmina

Door de ploegendienst was het gewenst niet te ver van het bedrijf te wonen. Bovendien kwam veel technisch personeel uit het westen en noorden van ons land, dat ook gehuisvest moest worden.Het was duidelijk dat de toenmalige Enka-directie contact moest zoeken met de plaatselijke overheid, met name B&W van de gemeente Ede. De heer Hartogs had haast en kwam al gauw tot een akkoord met B&W in Ede. Er kwam een plan voor een bouwvereniging, die als naam kreeg Woningbouwvereniging "Vooruit" en was gevestigd in Ede. Nog tijdens het bouwen van de fabriek werden de eerste woningen gebouwd.

deenka1 small

Officiële akte over de bouw van deze woningen.

Er werden 300 arbeiderswoningen en 30 middenstandswoningen gebouwd op een terrein tussen de spoorlijn Ede-Utrecht en de Maanderweg naar Veenendaal (nu de verlengde Parkweg). Deze woningen zijn nu dus ca. 70 jaar oud. In 1984 werd de woningbouwvereniging "Vooruit" ontbonden en de woningen gingen toen over naar de woningbouwvereniging Ede.  Tot die tijd was bedrijf Ede vertegenwoordigd geweest in het bestuur. 

Terug naar vroeger.

Met het gereedkomen van de fabriek kwamen ook de eerste woningen gereed. Werklieden van de fabriek, die toen nog in pensions en hotels logeerden, konden hun vrouw en kinderen laten overkomen. Het waren allemaal eengezinswoningen, nog zonder elektriciteit en watercloset. Het werd een z.g. tuindorp, te vergelijken met de tuindorpen, die in die tijd ook gebouwd werden in grote steden. Het moeten voor de gemeente Ede grote veranderingen geweest zijn. Er kwamen een achttal winkels, een verenigingsgebouw, een speeltuin en een lagere school. De schoolbouwkosten werden begroot op fl.50.000,-. Het was een publiek geheim dat je gauw in aanmerking kwam voor een woning, wanneer je veel dochters had. U moet als lezer dat niet verkeerd uitleggen. Het bedrijf had meisjeshanden nodig om te werken in de fijne garens.

Als vader kon je je gelukkig prijzen wanneer je inderdaad dochters had, want dan had je niet alleen een woning, maar ook goede gezinsinkomsten. In 1923 bestond 74% van het fabriekspersoneel uit vrouwen.

enka woningbouw 1919 nr4Poortplein, Ede-Zuid.

 

Bijgaande foto laat het Poortplein zien; veel lezers zullen dit ongetwijfeld herkennen. Wegen en trottoirs waren nog niet verhard. Met aangestampte koolsintels moest men het doen. Vooral bij slecht weer was het een modderbende, want straatriolering was er nog niet. Het was één grote Enka-familie, iedereen werkte toen op de fabriek. Er kwam een speeltuinvereniging en vele mannen maakten met eigen hand speeltuinattributen.

NB15.h1Aanleg speeltuin, door Enka medewerkers en buren.

 

Aan sommige speeltuigen herkende men afgedankt materiaal van de fabriek, maar dat was niet erg. De kinderen genoten en er zijn heel wat kinderherinneringen aan dat zanderige speeltuintje tussen de huizen. Alles heeft een begin, ook de sociale woningbouw. Veel Edenaren zijn geboren in één van de huizen.

Waar een groot bedrijf al niet toe kan leiden.

© 2016 Historisch Museum Ede. All Rights Reserved.

Design: @Magic