enka

Bejaardentehuis in Groesbeek

Enige tijd geleden kregen we een spectaculair telefoontje van een zekere mevrouw J. Vrijmoet van het Groesbeeks bejaardentehuis "De Meent". "Meneer, weet u dat er in ons huis 10 bejaarde dames wonen, die ooit vroeger in de jaren 1925-1935 bij u hebben gewerkt?" Neen, dat wisten wij niet. We stelden al gauw vast dat de dames tussen de 85 en 100 jaar oud moesten zijn. "Meneer, wij willen in ons tehuis een tentoonstelling houden uit die tijd. Heeft u voor ons wat materiaal te leen voor zo'n expositie." Ja, dat hadden we. Mevrouw J. Vrijmoet kwam langs en kreeg wat fotomateriaal etc. mee om iets leuks op te zetten. Dat is het ook geworden. Wij hebben de expositie gezien en het was ontzettend leuk om met de vroegere medewerksters te praten. Ook zij vonden het interessant om te horen hoe de fabriek het nu (met die paar meisjes!) doet. Wij zijn ook later teruggeweest en hebben de dia's laten zien van het thans gevolgde fabricageproces. Ook in de kranten werd melding gemaakt. Een stukje geven wij weer:

 

GROESBEEK - De jaren twintig en dertig herleven dit weekeinde in het Groesbeekse bejaardentehuis De Meent. Dat heeft vandaag en morgen een tentoonstelling in huis over wonen en werken in de periode tussen de twee Wereldoorlogen. Het wordt geen "ver van mijn bed show". Het beeld van de jaren twintig en dertig dat gegeven wordt, is gebaseerd op de herinneringen en ervaringen van de bewoners van De Meent. "Het is in de eerste plaats een tentoonstelling voor en door de bewoners", vertelt Joke Vrijmoet, die als activiteitenbegeleidster in De Meent werkzaam is. Zij kwam op het idee om een tentoonstelling samen te stellen over de periode tussen de Wereldoorlogen naar aanleiding van een voorleesproject over oud Groesbeek dat in De Meent is gehouden.

"Ik merkte dat de geschiedenis ontzettend leeft in Groesbeek. Bij het napraten kwam er een schat aan gegevens en verhalen boven water. Ik dacht: daar moet iets mee te doen zijn. Een aantal bewoners heeft toen zijn levensverhaal op papier gezet." Bij het samenstellen van de tentoonstelling kwam ze een heleboel leuke dingen tegen. De meeste bewoners werkten in de jaren twintig en dertig bij boeren of als hulp in de huishouding. Maar een hele grote groep moest veel verder van huis, naar de Enka in Ede. Dagelijks twee uur heen en twee uur terug met de bus. "Bijna tien procent van onze bewoonsters heeft daar gewerkt. Toen ik dat hoorde, ben ik naar de Enka toe gegaan en daar heb ik een schat aan gegevens gekregen. En omgekeerd heb ik de Enka een aantal dingen kunnen vertellen waar ze niets meer van wisten, omdat hun archief ook niet volledig meer is."

Van mevrouw Vrijmoet kregen wij nog enkele bloemlezingen uit die tijd:

"Voor je opgeroepen werd om te komen werken, werd je eerst gekeurd door een dokter in Nijmegen.  

Verder waren er 3 ploegen: een vroege ploeg, een late ploeg en een dagploeg. Voor de dagploeg moest je 's morgens om 5.00 uur klaarstaan in Groesbeek. De bus van Toonen kwam je halen en bracht je naar het station. In de bus schreef een meisje de namen op van iedereen die meereed. Bij de trein ging je door de controle en ca. 2 uur later kwam je in Ede aan (het Waalbrug autoverkeer bestond toen nog niet).

 

05.htm1± 1925 tijdens de pauze een luchtje scheppen.

 

Ik werkte in de twijnerij. Je moest vlug en handig zijn. Als de deksel op de spoel moest worden gelicht, moest je snel met je hand erop, anders vloog de deksel of nog erger, de spoel eraf. Als je iets kapot maakte, moest je boete betalen. De verdiensten waren goed. Als je hard werkte NLG 18,-- in de week. Je moest altijd centen meenemen, want moest je naar het toilet dan kostte dat 1 cent. Als je als meisje in verwachting raakte, mocht je tot 7 maanden blijven werken. Als er geen man was, waarmee het meisje zou trouwen, mocht ze, als de baby 2 maanden oud was, weer terugkomen. Ze kreeg ook ziekengeld in de periode dat ze niet werkte. Dat was erg sociaal. De Enka was toen de enige fabriek die zoiets deed.

 

05.htm2Schaftlokaal jaren dertig.

 

Tijdens een heel strenge winter (red.: 1929) kon je je opgeven voor een voedselpakket. Bovendien kregen we grijze dekens voor de coupé, vanwege de kou. Er werd veel gezongen en eenmaal in de week kwam er een juffrouw de nagels manicuren.

In de blekerij was het slecht werken. Een dubbeltje in je zak werd zwart.

 

05.htm3Het drogen van de garenstrengen.

Er werd goed verdiend. Vader werkte op de steenfabriek van 's morgens 6 tot 's avonds 6. Met hard werken bracht hij NLG 15,-- thuis. Wij, als meiden, brachten meer in huis. Soms twee, drie meisjes uit een gezin."

Het ontlokte ons de vraag: "Dan had u zeker een mooie bruidsschat?"

"Neen, geen cent. Alles ging naar vader en moeder "de pot in". Veel broertjes en zusjes, meneer."

Wij willen het hierbij laten. Als je ouder wordt leef je op de herinneringen. Wij hebben dat voor de dames even wat makkelijker gemaakt door de foto's en dergelijke. Unaniem hadden de dames goede herinneringen aan Enka Ede. Niemand van de dames herkende zich op de foto's.

"Meneer, eigenlijk weet ik niet hoe ik er vroeger uit zag, want toen is er nooit een foto van mij gemaakt...".

NB05.h1

© 2016 Historisch Museum Ede. All Rights Reserved.

Design: @Magic