enka

80 jaar kunstzijde in Nederland

In maart 1913 was de toenmalige Enka zover, dat de eerste Nederlandse viscosegarens verkocht konden worden. Uit de oude geschriften lezen wij dat de garenvezel verkoopbaar was. Vanaf 1911 heeft men aan de Molenbeekstraat in Arnhem in een kleine proeffabriek gewerkt aan dat resultaat. Het was nog geen filamentgaren, maar garen dat werd fijngesneden en als vezel verkocht. Garen spinnen dat in de gehele lengte eenzelfde dikte had, lukte nog niet. Ondanks de oorlogsjaren 1914-918, met haar vele problemen voor het verkrijgen van de goede grondstoffen, is het toch gelukt, na veel onderzoekwerk, filamentgarens te maken.  

1e uitbreiding:  

Het bedrijf aan de Vosdijk in Arnhem was inmiddels gebouwd en in het laatste oorlogsjaar 1918 maakte de Enka in dat bedrijf 3000 kg filamentgaren per week. Er werden toen 2 titers gesponnen; 150 denier uit 18 dopgaatjes en 300 denier uit 42 dopgaatjes. Maar hoe slecht het garen toen was, blijkt achteraf uit de cijfers; de werkelijke titer van 150 denier varieerde van 100 tot 200 denier en de 300 denier varieerde van 250 tot 350 denier! Om een enigszins gelijkmatig handelsproduct te krijgen, werden de strengen op titer gesorteerd door ze één voor één aan een denierweger te hangen, in de veronderstelling dat de lengte van de strengen altijd gelijk was! Op die wijze leverde men ongeveer 8 garendiktes af voor de verkoop. Om een indruk te geven hoe er gewerkt werd: verstopte gaatjes in de spindop werden los geprikt met een speld! Aan de fabricage moest nog veel verbeterd worden.

Enka Ede:  

Toen in 1919 begonnen werd met de bouw van een grote fabriek in Ede, had men een aantal essentiële zaken nog niet onder de knie. Maar de onderzoeken en proeven in Arnhem verliepen in een zo goed tempo, dat het verantwoord was met de bouw te beginnen.

Hieronder enkele foto's genomen tijdens de bouw in eind 19191 of begin 1920.

 02.htm1Transport eenheden.

 

02.htm2De metselaars

 

02.htm3Duitse Staalarbeiders zetten de metalen constructie.

 

02.htm4De (voormalige) entree is bijna klaar.

 

Toen in 1922 Enka Ede gereed was, lukte het ook, na ca. één jaar, een redelijk produkt op de markt te brengen. Het fabricageproces stond echter nog in de kinderschoenen en de heren technici en chemici in die jaren zijn ongelooflijke pioniers geweest. Omstreeks 1928 werd het strekspinprocedé uitgevonden. De vers gesponnen draad, nog niet geheel vast, werd gerekt, waardoor de draad aanzienlijk sterker werd. De moeilijkheid was echter om dit procédé zo te regelen, dat daarbij de rek niet gedeeltelijk verloren ging. Hetzelfde geldt voor de verlaging van de elementaire titer, waardoor het garen zachter en soepeler, maar minder sterk werd. Dit was in die jaren 7 à 8 denier. Ter oriëntering: de zijderups spint ongeveer 1 denier. Later kon men naar behoefte alle elementaire titers spinnen. Het woord denier wordt niet meer gehanteerd. Daarvoor is decitex in de plaats gekomen. Al met al is er vroeger heel wat gepuzzeld.

 

80 jaar kunstzijde:  

80 jaar is een mijlpaal in de tijd. Over zo'n lange periode een product maken dat nog steeds gebruikt wordt, is op zichzelf al een won­der. Veel fabrieksmatige producten uit die jaren zijn verdwenen of vervangen door andere materialen en producten. Ook de viscosefabrieken hebben geducht last gehad van de onderlinge concurrentie. Dat begon al in 1930 toen er zoveel garen gesponnen werd dat de markt verzadigde. Ook de komst van de synthetische garens nam een deel van de markt over. Maar naast wol en katoen heeft de viscose stand kunnen houden. Wel met een behoorlijk terreinverlies. In Nederland ston­den 4 grote fabrieken die viscosegarens spon­nen voor de textiel. Naast Ede ook in Arnhem, Breda en Nijmegen. Hiervan is alleen Ede nog overgebleven. Dit voorbeeld geldt voor de hele wereld. Veel grote fabrieken bestaan niet meer.

 

Verschillende processen:

In 1924 bereikte de productie in Ede een niveau van 100.000 kg per week. Het bedrijf in Arnhem was inmiddels ook uitgebreid en zij hadden een productie van ca. 90.000 kg per week. Ede kende vanaf het begin het  spinspoelproces. Arnhem kende het spinpotspinnen. Het verschil zit hierin, dat het garen van Ede gewikkeld wordt op een spinspoel en in Arnhem in een zgn. spinpot. Dat garen was gelijk getwijnd door de snel rond­draaiende spinpot. Het garen van Arnhem had in die tijd gunstiger krimpeigenschappen dan het spoelengaren en was daardoor beter geschikt voor kettinggaren bij het weven. Oorspronkelijk is het zo gegroeid dat Ede zorgde voor de breigarens en Arnhem voor de weefgarens. Beide bedrijven vulden de markt aan wat de textielbedrijven nodig hadden. In die beginjaren leverde Ede het garen af in de vorm van strengen, Arnhem als spinkoek­spinsels. Cones en scheerbomen kwamen pas veel later.

 

Enka werd AKU:  

Enka werd in 1929 Algemene Kunst­zijde Unie (AKU) en groeide verder uit. Er werden fabrieken gebouwd in andere landen op de wereld. De knowhow was aanwezig en veel technici en chemici gingen in die jaren naar het buitenland. Die expansie had deels te maken met de sluiting van de grenzen van diverse landen voor de invoer van de viscosegarens. Import­beperkingen zouden we in deze tijd zeggen. Zo kwamen er fabrieken in Engeland (Britisch Enka), in Italië (Italenka), in Amerika (Amerenka), etc. en er werd nauw samengewerkt met de Glanzstoffbedrijven in Duitsland. Dit zijn enige voorbeelden uit die tijd. Maar ook in Nederland was AKU actief: een grote garensorteerderij in Hillegersberg bij Rotterdam en de Isem in Doetinchem (een technisch bedrijf voor de levering van spinpotmotoren).

 

In 1945 een nieuw begin:

In de geschiedenis van Ede is er een periode geweest van bijna een jaar dat het bedrijf niet geproduceerd heeft. Dat was het laatste oorlogsjaar, van september 1944 tot september 1945. Een oude foto van de feestelijke in bedrijf name in 1945 plaatsen we hierbij.

startp2De foto is gemaakt in de drenk- en perskamer in het chemisch bedrijf.

 

Ede heeft in al die jaren haar productieproces sterk verbeterd en uitgebreid. In de wereld van de viscosefabrieken zou het best kunnen zijn dat Ede één van de betere bedrijven is. Wanneer we dat éne jaar (oorlogsjaar) niet meerekenen, dan spint Ede al 70 jaar viscosegaren