enka

Van AKU naar Enka Glanzstoff

In het historie-artikel van de Nieuwsboom in mei heeft u kunnen lezen over het ontstaan van het AKU concern. In dit artikel een vervolg, te weten van AKU naar Enka Glanzstoff.
In 1961 vierde de AKU op grootse wijze haar 50-jarig jubileum. Het personeel kreeg toen een aardige tantième, feestavonden werden gegeven o.a. voor het Edese personeel in de Reehorst, maar ook in het Arnhemse o.a. Musis Sacrum en de schouwburg. In Emmen, waar de grootste uitbreidingen waren geweest, deden ze het zeker niet minder. Er werden speciale kindermiddagen georganiseerd en menig ouder, die dit als kind hebben meege­maakt, zullen zich dat nog goed kunnen herinneren.
De president-directeur was toen de heer Engel en in de Eusebi­uskerk in Arnhem werd, o.a. in aanwezigheid van Prins Bern­hard, een herdenkingsbijeenkomst gehouden. De AKU directie keek met veel vertrouwen naar de toekomst.

Uitbreidingen

In de eerste jaren van het AKU bestaan groeide het concern ongelooflijk. In het jubileumboek "Samen twijnen", dat uitge­geven is bij een later jubileumfeest, lezen wij dat er 15 grote uitbreidingen hebben plaatsgevonden. Slechts 3 bedrij­ven/produkten zijn gestopt, namelijk de M.V. Maatschappij tot stroveredeling "Sove", het NVVI vlasproject in Breda, waar op fabrieksmanier uit vlas linnen werd gemaakt, en de cellofaan­fabriek, ook in Breda.
Deze produkten hadden niet beantwoord aan de oorspronkelijke doelstelling, alleen de cellofaanproduktie ging naar Italië.

De Rayongarens

Ede met haar rayongarens en sponzen draaiden duchtig mee en had een belangrijk aandeel in het produktiepakket van de AKU. In 1946 voerden de rayonprodukten nog de boventoon in het concern. Maar in 1963 passeerde het concern een mijl­paal in haar kunstzijdegeschiedenis.
Voor het eerst overtreft de omzet van de geheel synthetische garens en vezels dat van de rayon. Deze omslag was mede het begin van de drastische daling in de wereld van de rayonpro­dukten. Ook van de AKU. De prijzen voor rayontextiel­garen kwamen onder sterke druk te staan.
In 1967 werd de produktie van rayonvezels op de fabriek Kleef­se Waard in Arnhem gestopt. De HKI in Breda was al wat eerder gestopt met het produceren van rayontex­tielgaren en was over­gegaan op synthetisch garen.
In 1976 stopt ons zusterbedrijf FA in Arnhem haar produktie. Alleen bedrijf Ede in Nederland bleef als enige rayontextiel­garen spinnen.

De malaise midden zestiger jaren

Ook in het buitenland werden veel rayonbedrijven (vroegere concurrenten) gesloten of gingen andere produkten maken. Het werden moeilijke jaren voor het AKU concern. Ook de syntheti­sche garens ondervonden afzetproblemen, deels door overproduk­tie in de wereld en een algehele crisis in bijna alle be­drijfstakken.
Er vond een drastische personeelsdaling plaats, zonder gedwon­gen ontslagen. In de laatste maanden van 1967 zag het er naar uit dat het dieptepunt gepasseerd was. Dat klopte ook, want in 1968 werd door de AKU weer winst gemaakt en was de afzet van de AKU produkten weer redelijk geworden. De recessie in die jaren speelde niet alleen in Nederland, maar was wereldwijd. Ook de Duitse bedrijven hadden moeite om haar afzet op peil te houden en ook daar is ....... en zijn bedrijven gesloten.

Enka Glanzstoff

De contacten met de Duitse bedrijven groeiden in die jaren wel. Men had elkaar nodig. Zoals wij eerder hebben geschreven hadden de Glanzstoff fabrieken in Duits­land een eigen direc­tie.
In februari 1969 werd de samenwerking tussen beide concerns versterkt door een fusie van AKU en Glanzstoff tot een organi­satorische eenheid. De AKU groep met haar 60.000 medewerkers in 1969 omvat dan 47 fabrieken en werd toen op één na de grootste producent van chemische vezels in de wereld.
De nieuwe eenheid onder de AKU als houdstermaatschappij werd in de zomer van 1969 opgericht en kreeg als naam Enka b.v. Naar buiten kreeg de nieuwe onder­neming de naam ENKA GLANZSTOFF en bestond uit twee divisies. Dat is deze zomer van 1994 25 jaar geleden. Ook een jubileum.
De textieldivisie omvatte alle activiteiten op het gebied van de textiele garens en vezels en was gevestigd in Wuppertal te Duitsland. De industriële garendivisie kreeg haar hoofdzetel in Arnhem.
Deze groep bestond in 1975 uit 27 bedrijven, gevestigd in Nederland, West-Duitsland, België, Ierland, Italië, Oostenrijk en Zwitserland.
Wij, in Ede, hadden toen vanaf dat moment te maken met Wupper­tal en een aantal medewerkers vertrok daarheen. In het begin was men enigszins bevreest dat de Duitse bedrijven door Wup­pertal voorgetrokken zouden kunnen worden. Maar de geschiede­nis heeft ons geleerd dat dit beslist niet het geval geweest is.
Ede maakt haar dunne garens van goede kwaliteit en telde geducht mee en had voor een deel een eigen klantenkring.
Tot zo ver ons verhaal tot en met de vorming van Enka Glanzstoff.

© 2016 Historisch Museum Ede. All Rights Reserved.

Design: @Magic